Inhoudstafel

Startpagina

 

 

18. La Lanterne

 

18.1. Historiek en situering

 

18.2. Van valse start tot stripkrant

18.2.1. Er zeer vroeg bij

18.2.2. Le petit Bob zorgt voor de interim

18.2.3. La Lanterne herpakt zich

18.2.4. Zes à zeven reeksen per dag

18.2.5. Veel is niet genoeg

18.2.6. Ohé les jeunes

 

18.3. Besluit

 

 

 

18. La Lanterne

 

18.1. Historiek en situering

Tijdens de Tweede Wereldoorlog rijpte bij een aantal mensen het idee om na de oorlog met een nieuwe krant uit te pakken. Initiatiefnemer Paul De Soete, een beeldhouwer, nam met verschillende mensen contact op, waaronder de financier Joseph Van den Driessche en enkele journalisten. Als titel werd La Lanterne gekozen, en alles werd in gereedheid gebracht om de krant na de oorlog op de markt te brengen.

Het eerste nummer komt er uiteindelijk op 19 december 1944, een pak later dan de meeste andere Belgische kranten. Het blad valt op door zijn speciale inhoud en lay-out, geïnspireerd op de Engelse en Amerikaanse pers : gebruik van acht kolommen, opvallende titels, foto's van niet erg aangeklede vrouwen, horoscoop, …

La Lanterne krijgt twee directeurs, Pierre Fontaine en Paul Méral, en stelt zich onafhankelijk op. Dit brengt grote problemen mee als Fontaine en Méral in hun editorialen verschillende houdingen gaan aannemen ten opzichte van de regering en de koningskwestie. Over het algemeen wordt in de beginperiode een zeer negatieve houding ten opzichte van de regering aangenomen. Uiteindelijk worden zowel Fontaine als Méral uit de krant verwijderd. Hoofdredacteur van La Lanterne is Paul Baar.

Om de krant uit te geven, wordt Sonodi in het leven geroepen, dat in april 1945 een NV wordt. In november 1946 neemt de Waalse krant La Meuse een participatie in Sonodi en gaat ze ook redactioneel materiaal aanleveren. Dit alles leidt ertoe dat La Lanterne na enkele formuleveranderingen in 1947 evolueert naar een Brusselse editie van La Meuse. Op 21 oktober 1947 is de overname door La Meuse volledig afgerond. Voor 1946 en 1947 vermeldt Campé oplages van 20.000 en 30.000 exemplaren.

La Meuse haalt echter een veel grotere oplage. Campé vermeldt voor 1944, 1945 en 1946 respectievelijk 80.000, 150.000 en 175.000 exemplaren. La Meuse en La Lanterne samen bereiken dus een zeer groot publiek. De twee kranten passen trouwens goed samen : ook La Meuse is een blad van grote titels, foto's, fait divers, sensatie en ontspanning. Een financiële crisis in 1946/1947 wordt hersteld na de overname van de krant door de groep rond graaf Paul de Launoit.[1]

"Quotidien d'union nationale et de solidarité internationale", staat er als ondertitel van de krant vermeld. Het aantal pagina's stijgt van 4 in de beginperiode tot 8 tegen 1950, en dat op een groot formaat (+/- 40/63). La Lanterne verschijnt zes keer per week, en telkens[2] worden er strips opgenomen.

 

18.2. Van valse start tot stripkrant

18.2.1. Er zeer vroeg bij

La Lanterne is er zeer vroeg bij wat het publiceren van strips betreft, ze is zelfs de eerste naoorlogse Belgische krant die strips opneemt. Vanaf het eerste nummer op 19 december 1944 kan de lezer dagelijks "Les aventures de Little Dearie" volgen. Deze tekstloze gagstroken zijn ondertekend door een zekere "sebastien" en verschijnen tot 3 februari 1945. In een nogal slordige stijl vertelt de auteur grapjes met een klein meisje in de hoofdrol. De reeks zou zeer goed origineel kunnen zijn.[3]

Daarna is er twee maanden lang geen strip meer te zien in La Lanterne, tot Pat. O'Sheridan tussen 4 en 12 april 1945 onder de titel "Pat" vijf gagstroken brengt. Deze zouden echter even snel verdwijnen als ze gekomen waren. Deze stroken zijn origineel, O'Sheridan levert trouwens ook cartoons en andere tekeningen aan La Lanterne.

Het is dan weer even wachten tot 2 mei 1945. Dan start "Le petit roi"[4] van O. Soglow, die onregelmatig, en na verloop van tijd wekelijks op zaterdag zou verschijnen. Als hij verschijnt, krijgt de lezer wel grappen van drie stroken te lezen. En drie dagen later komt "Henry"[5] van Carl Anderson erbij, die wel dagelijks zou verschijnen. De twee reeksen krijgen de vermelding "Copyright Opera Mundi and La Lanterne".

Begin mei 1946 is het echter gedaan met strips publiceren : zowel Le Petit Roi als Henry stoppen ermee en worden niet vervangen.

 

18.2.2. Le petit Bob zorgt voor de interim

Op woensdag 6 november 1946 lanceert La Lanterne haar "nouvelle formule". De krant moet een "magazine quotidien" worden : "Sur un format plus petit mais agréable et pratique elle publiera chaque jour sur 12 pages : toutes les informations nationales et internationales, de nombreux documents photographiques, …"[6]

En samen met de nieuwe formule gaat na een leegte van zes maanden ook terug een strip van start : de gagstroken van "Le petit Bob". Er wordt geen auteur vermeld, het copyright vermeldt "Coordination". Dagelijks worden twee stroken gepubliceerd, meestal zonder tekst. Een baby speelt de hoofdrol in deze reeks, die het echter ook niet lang uithoudt : op 7 januari is het afgelopen met de kleine Bob.

 

18.2.3. La Lanterne herpakt zich

Dertien dagen duurt het nu, voor "Le petit Bob" vervangen wordt. Op 20 januari 1947 gaan twee nieuwe reeksen van start, die eind 1950 nog zouden blijven verderlopen. Ze worden alle twee verdeeld door Opera Mundi. De eerste reeks is "Johnny Hazard" van Frank Robbins[7]. Hazard is een piloot die net gedemobiliseerd is uit het Amerikaanse leger. Als miljoenste gedemobiliseerde G.I. krijgt hij zelfs een cheque van 500.000 fr. aangeboden. In de daaropvolgende verhalen komt hij in de meest avontuurlijke en bizarre situaties terecht : hij moet een verdwenen collega-piloot terugvinden, levert een lading zogezegde schrijfmachines, die uiteindelijk wapens blijken te zijn, hij komt in Zuid-Amerika terecht in een strijd tussen twee vijandige groepen, gaat voor een luxerestaurant werken dat voor de klanten uit de meest onmogelijke plaatsen gerechten gaat halen, komt terecht in een moordcomplot, gaat op schattenjacht in China, enz. Ook wordt hij geconfronteerd met de ontvoering van een kerngeleerde, een thema dat blijkbaar zeer veel terugkomt.

 

De tweede reeks is Rip Kirby[8] van Alex Raymond, die twee maanden voordien nog in Le Soir stond. De reeks gaat zijn gangetje verder : detective Kirby komt nog altijd in liefdesaffaires en misdaadzaken terecht. In de La Lanterne-verhalen schiet hij een oplichter neer, ontmaskert hij een valsemuntster, vindt hij een ontvoerd kind terug, enz. En zijn vriendin Muguette daagt hem uit haar terug te vinden, nadat ze op een mysterieuze manier verdwenen is.

Op een bepaald moment valt er een opmerking over belastingen. Tegen een ex-misdadigster die hij uit de penarie geholpen heeft, zegt Kirby : "Oui, Pagan, vous n'aurez désormais plus d'autre souci que celui de vos impôts."[9]

Maar het belangrijkste op politiek vlak is een verhaal over bacteriologische wapens, dat van januari tot september 1947 loopt. Rip Kirby wordt door de decaan van de universiteit van Norchester ingeroepen om een onderzoek te doen. Dr. Hicks, een wetenschapper van de universiteit, heeft namelijk een bacteriologisch wapen ontwikkeld, en nu is iemand anders daarmee aan het experimenteren. Resultaat : slachtoffers onder de studenten.

Kirby slaagt erin de schuldige te ontmaskeren, maar ondertussen ontsnapt een gevaarlijke misdadiger, "l'Assommeur", uit de gevangenis van Alcatraz. En natuurlijk zet hij zijn zinnen op de uitvinding, omdat hij goed beseft dat hij dan ongelooflijk veel macht in handen zou krijgen.

Rip Kirby onderneemt een treinreis om de formule naar de regering te brengen, maar onderweg wordt hij ontvoerd door de bende van L'Assommeur. En Dr. Hicks wordt door de bende uitgeschakeld, aangezien hij de enige is die de formule kent.

Het hele politieapparaat wordt ingezet in de zoektocht naar de formule, en een bekende geleerde stelt voor een wereldcongres van geleerden te houden, om zulke uitvindingen onder controle te houden. Het congres komt er, en ook "l'Assommeur" gaat er met enkele handlangers naartoe. Hij bedreigt de aanwezigen en spreekt hen toe : de formule wordt aangeboden aan de meest biedende. Tenslotte valt de politie binnen : één handlanger wordt gedood, één geeft zich over en "l'Assommeur" slaagt erin te vluchten.

 

Doorheen het hele verhaal wordt heel goed duidelijk gemaakt welk gevaar zulke wapens inhouden. De uitvinding in kwestie blijkt zelfs gevaarlijker te zijn dan de atoombom, zoals de decaan zegt : "Un secret plus terrible que la bombe atomique a été découvert dans cette université !"[10]

Maar toch is de nieuwe uitvinding een te belangrijk wapen om vernietigd te worden. Uitvinder Hicks wil zijn formule bij het zien van de aangerichte schade vernietigen, maar Rip Kirby denkt daar anders over : "En tant qu'idéaliste, vous avez raison … Mais en tant que réaliste vous avez tort – elle doit être donnée au gouvernement !", "Je déteste cette formule et ses possibilités, mais dr. Hicks, c'est une question de patriotisme."[11]

Hoe wreed het wapen ook is, blijkbaar mag in de gespannen internationale situatie geen enkele kans onbenut gelaten worden om de Verenigde Staten met de krachtigste wapens uit te rusten. Kirby heeft daar zelfs een ganse uitleg voor klaar : volgens hem wordt de wereld geregeerd door de "wet van de jungle", en is het spijtig genoeg nodig het meest krachtige wapen in handen te hebben om zich te kunnen verdedigen. "Votre formule est nécessaire au pays"[12], voegt hij eraan toe. Op deze manier wordt de lezer ingelepeld dat de VS moeten bewapenen, voor het geval het nodig zou zijn zich te verdedigen. Aanvallen is totaal niet aan de orde, want nog eens de "vredelievende" bedoelingen van de VS bewijst.

In het verhaal maakt de pers zich terecht zorgen over het voorval. Enkele reacties worden trouwens weergegeven : "On dit que l'Assommeur est derrière tout ceci. Un bandit pareil, en possession de la formule Hicks. C'est terrible !", "Oh ! Quel avenir se prépare pour nos enfants ! La bombe atomique, les armes chimiques … C'est affreux !", "Ce journaliste demande la réunion d'un congrès mondial de savants pour contrôler les armes telles que la bombe atomique ou la formule Hicks.", "Mais la science pourra-t-elle s'élever au-dessus des frontières."[13]

Uit de radiotoespraak van een geleerde blijkt nog eens het gevaar : "Je propose un congrès mondial de savants, chargé de contrôler les recherches scientifiques du genre bombe atomique ou formule Hicks etc… Si nous n'obtenons pas ce contrôle notre civilisation est en danger ! Peut-être les savants réussiront-ils là où les hommes d'état ont échoué !"[14] Rip Kirby kan zich bij die gedachte trouwens heel goed vinden : "Ce n'est pas bête Muguette ! Le science doit dépasser les frontières … et elle doit pouvoir contrôler l'activité de monstres tels que l'assommeur !"[15]

Een oproep tot controle van gevaarlijke wapens dus. Uit het verhaal komt duidelijk naar voor dat staten (of andere organisaties) het zich absoluut niet kunnen permitteren om zonder nadenken de wreedste wapens te ontwikkelen. De wetenschappers kunnen beter samenwerken, anders zou de wereld wel eens serieus in gevaar kunnen verkeren.

 

18.2.4. Zes à zeven reeksen per dag

En op 28 april 1947 is het weer zover. La Lanterne verandert nog eens van formule, en de overname door La Meuse is daar niet vreemd aan. Het formaat wordt weer het grote krantenformaat, het aantal pagina's wordt teruggebracht tot 8 en het aantal strips stijgt van twee naar zes. Deze verschijnen allemaal samen op de laatste pagina onder de titel "Nos feuilletons dessinés". De nieuwkomers, allemaal uit de Opera Mundi-stal, zijn de vervolgverhalen "Fantôme"[16] van Wilson McCoy en Popeye[17] van Tom Sims en Bill Zaboly, en de gagstroken "Illico"[18] van Geo McManus en Mickey[19] van de Disney-studio's. Illico en Fantôme blijken vaste waarden te zijn en lopen eind 1950 nog door. Anders is het gesteld met Mickey, die als snel vervangen wordt door Professeur Nimbus[20] van J. Darthel. Deze reeks is eind 1950 wel nog op post.

De titelheld van "Fantôme" is een onrechtbestrijder die zijn tijd verdeelt tussen de Bengaalse jungle en de bewoonde wereld. Samen met zijn paard Hero en zijn hond Satan neemt hij het op tegen allerlei vormen van misdaad en onrecht. Zo redt hij een kleine prinses dat het slachtoffer werd van een complot, rolt hij verschillende bendes op en wordt hij bokskampioen om met het gewonnen geld een vernield kinderziekenhuis herop te bouwen. En voor het sentimentele element zorgt zijn wispelturige relatie met de Amerikaanse Diane Palmer.

Over Popeye lijkt men ook niet zo tevreden, want na een jaartje wordt de reeks afgevoerd, zonder dat het verhaal echt ten einde is. En ook de opvolgers van Popeye zijn geen lang leven in La Lanterne beschoren.

Van maart tot juni 1947 zorgt "La petite Annie"[21] van Darell McClure voor de aflossing. Annie is nog altijd op de vlucht voor haar voogd, Mme Pignet, die haar in een weeshuis wilt steken. Het oude vrouwtje gaat zelf op zoek naar Annie, omdat ze van de politie[22] niets moet weten. Annie is trouwens nog altijd even sociaal ingesteld. Op een bepaald moment zingt ze tegenover haar hond Zéro het lof van de boeren : "Moi, je trouve, Zéro, qu'il faut admirer les fermiers ! Il y a des gens qui disent que les fermiers ne sont pas malins. Ce n'est pas vrai ! Ce sont des magiciens ! Un magicien fait sortir un lapin d'un chapeau vide et tout le monde applaudit en s'écriant : "Quel tour merveilleux" ! Mais quand un paysan jette de toutes petites semences dans ses champs vides et en rapporte des chariots pleins de choses à manger … Alors les gens n'applaudissent plus en disant : "Quel tour merveilleux" ! Ils trouvent cela tout naturel !"[23]

Na Annie volgen de gagstroken Myrtille[24] van Fisher (juli – september 1947), Jeannie et Jeannot van Bill MacLean (september 1947 – april 1948) en Blondie[25] van Chick Young elkaar op. Deze laatste zou het eind 1950 nog altijd uithouden. Twee afleveringen[26] waren trouwens al vroeger gepubliceerd ter vervanging van andere reeksen.

Merkwaardig is de aankondiging van een nieuwe reeks, Donald Duck, in februari 1949, waar nooit iets van gekomen is.[27]

En om dit deeltje te besluiten, moet nog gezegd worden dat van 28 april tot 12 november 1947 zelfs een zevende reeks gepubliceerd wordt, maar dan in een totaal andere stijl[28]. Les mystères de Paris is een stripadaptatie "d'après le célèbre roman d'Eugène Sue". Auteur is Raymond Cazanave[29], die het verhaal met onderteksten illustreert. De bewerking lijdt echter weer aan "resumitis" : door overdreven samenvatting en het teveel aan nieuwe personages is het verhaal zeer moeilijk te volgen.

 

18.2.5. Veel is niet genoeg

Zes stripreeksen verschijnen er op het einde van 1950 dagelijks in La Lanterne, en blijkbaar volstaat dat nog niet. Op 12 oktober 1950 gaat een zevende reeks van start : Superman[30]. Het "Agence Française de Presse" zorgt voor de levering van deze populaire Amerikaanse reeks. En de start gaat niet onopgemerkt voorbij : La Lanterne, die zelden aankondigingen plaatst, publiceert de eerste strook op de voorpagina, begeleid door de volgende tekst : "Héros des temps modernes   voici Superman   le super-feuilleton que s'arrache toute l'Amérique et que notre journal vous présente dès aujourd'hui en exclusivité."[31]

In dit verhaal krijgen de journalisten Clark Kent (de burgerlijke identiteit van Superman) en Lois Lane de opdracht een artikel te schrijven over jeugdcriminaliteit. De bedoeling is de gemeenteraad onder druk te zetten om meer aandacht te besteden aan misdaadpreventie in plaats van aan repressie.

En net op hetzelfde moment komen twee verwaarloosde kinderen in de klauwen van een misdaadbende terecht, de ene komt uit een arm gezin, de andere is de zoon van gemeenteraadslid Gladstone. Tegen deze bende gaat Superman de strijd aan, en de betrapte kinderen stuurt hij naar een "foyer" / "community house", waar ze zich kunnen bezighouden (door bijvoorbeeld tekenlessen te volgen). Superman is zeer te spreken over het bestaan van die foyers, en zegt dan ook aan de directeur ervan dat zijn instelling zeer nuttig is voor de maatschappij. De directeur beaamt dat, maar : "Malheureusement nous serons peut-être obligés de le fermer. Le conseiller Gladstone demande à la municipalité de nous couper les vivres."[32]

In het verdere verhaal wordt de zoon van Gladstone gegijzeld door de bendeleider, die eist dat alle jonge misdadigers van de stad vrijgelaten zouden worden. Daarbij raakt de jonge Gladstone gewond, maar door het optreden van Superman blijft de schade verder beperkt. De bendeleden worden door Superman onder bedreiging verplicht hun volledige bezit af te staan aan de bouw van "foyers".

En natuurlijk heeft vader Gladstone op het einde spijt van zijn houding : was hij maar een betere vader geweest. En ook zijn houding als gemeenteraadslid heeft hij herzien. "Oui – vous pensiez que la seule solution était de punir les jeunes délinquants. Mais ce sont les parents qui devraient être punis – pour négligence … Le pire des crimes !", pepert Superman hem nog eens in. Gladstone heeft de boodschap helemaal begrepen : "J'ai été bien puni, Superman. Je veux non seulement appuyer la motion en faveur des foyers et des stades, mais encore en proposer une pour éduquer les parents sur leurs responsabilités."[33]

Dit verhaal is dus een echt pleidooi voor een meer preventieve aanpak van de jeugdcriminaliteit. De ouders hebben hun verantwoordelijkheid en mogen hun kinderen niet verwaarlozen, anders zou het wel eens verkeerd kunnen aflopen. En als het dan toch misloopt, is het veel nuttiger het probleem aan de basis aan te pakken dan repressief te gaan werken. Het is dus zeer belangrijk om zulke "community houses" tot stand te brengen en in stand te houden, zodat kinderen zich op een verantwoordelijke manier kunnen bezighouden en uit de klauwen van de misdaad blijven.

 

18.2.6. Ohé les jeunes

De zaterdagse jeugdpagina van La Lanterne, "Ohé les jeunes", gaat van start op 21 februari 1948. en publiceert in 1948-1949 enkele strips. Vanaf de eerste aflevering mag een zekere Freddy de spits afbijten met zijn "Le professeur Rama contre le professeur Krug". Wekelijks verschijnt één strook van deze humoristische ondertekststrip, waarin de professoren Rama en Krug het tegen elkaar opnemen. Krug blijkt de uitvinder te zijn van allerlei atomische uitvindingen[34], en heeft daarmee geen al te zuivere bedoelingen : "Mon rêve est de dominer le monde, par la terreur, s'il le faut, voulez-vous m'aider Rama ?"[35] Natuurlijk weigert Rama, en de strijd wordt verdergezet op de maan, waar ze alle twee met een raket naartoe vliegen.  Krug wordt verslagen door Rama en de maanbewoners, waarna Rama als een held op aarde terugkeert en Krug de gevangenis invliegt.

In juli 1948 wordt dit verhaal opgevolgd door "Le chateau de Kenilworth", een bewerking van de roman van Walter Scott door een zekere Christoffersen[36]. Tot eind december verschijnen wekelijks drie stroken met ondertekst.

Van januari tot december 1949 verschijnt dan Annik[37] van de reeds vermelde Pat. O'Sheridan. In Annik vertelt hij de lotgevallen van een klein meisje, en dit door middel van een wekelijkse gagstrook met tekstballonnen.

 

18.3. Besluit

La Lanterne is niet alleen de eerste Belgische krant om na de oorlog strips op te nemen, ze is ook de krant die dagelijks de meeste strips publiceert. Er wordt ook alles aan gedaan om de strips in de krant te laten opvallen. De zes (of zeven) reeksen worden naast en onder elkaar op dezelfde pagina (meestal de laatste) geplaatst onder de titel "Nos feuilletons dessinés". Als de zeven reeksen onder elkaar geplaatst worden, nemen ze een oppervlakte in van 20 op 41 centimeter (één derde van een grote krantenpagina). Daar kan inderdaad moeilijk naast gekeken worden.

Auteurs worden, op enkele uitzonderingen na, nooit in de titels vermeld. Een handtekening zorgt meestal voor identificatie, en als die er niet is verschijnt de strook volledig anoniem. Aankondigingen zijn zeer schaars, en gaan maar zelden in op de identiteit van de auteurs.

Men kan gerust stellen dat de evolutie van de strips samenloopt met de algemene evolutie van de krant. Na een zeer vroege start zorgen allerlei problemen en formuleveranderingen voor sputteringen op stripgebied. Een stabiele situatie zou er maar komen in 1947, omwille van de overname door La Meuse. En vanaf dat moment zou een grote hoeveelheid stripreeksen een vast onderdeel worden van deze populaire kranten.

Wat de gepubliceerde strips betreft, valt een duidelijk overwicht te merken van Opera Mundi, en dus van Amerikaanse ballonstrips. Uitzonderingen hierop zijn een Franse ondertekststrip en enkele eigen producties, onder andere op de jeugdpagina.

Op politiek vlak zijn twee verhalen interessant. Superman pleit voor een preventieve aanpak van de jeugdcriminaliteit, en uit een verhaal van Rip Kirby blijkt duidelijk hoe gevaarlijk het wel kan zijn om te experimenteren met bacteriologische en andere niet-traditionele wapens.

 

 



[1] De Bens (Els). Op. Cit., p. 360-361 ; Campé (René), Dumon (Marthe) & Jespers (Jean-Jacques). Op. Cit., p. 455-459 ; Füeg (Jean-François). Op. Cit., p. 43-74

[2] Tot eind april 1947 verschijnen er geen strips op maandag.

[3] De traditionele argumenten kunnen weer bovengehaald worden : onbekende auteur en reeks, geen vermelding van een copyright, en Franse opschriften in het decor.

[4] Zie Le Soir.

[5] Zie Het Laatste Nieuws (Rikske) en Le Matin.

[6] LL, advertentie op 4/11/1946, p. 1

[7] Amerikaans stripauteur, geboren in 1917. Na een tijdje aan publiciteitstekenen gedaan te hebben, kwam hij in de stripwereld terecht. In 1943 kreeg hij van KFS de mogelijkheid om een eigen reeks te starten : het werd Johnny Hazard, een reeks die op 5 juni 1944 van start ging. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 426-427, 672 ; Horn (Maurice)1 (ed.). Op. Cit., p. 156-157)

[8] Zie Le Soir en La Wallonie. De verhalen die vanaf 19/4/1949 in La Lanterne gepubliceerd worden, staan trouwens ook in la Wallonie, zij het met twee maanden vertraging.

[9] Alex Raymond. Rip Kirby. (LL, 13/3/1948)

[10] Idem. (LL, 31/1/1947)

[11] Idem. (LL, 3/4/1947)

[12] Idem. (LL, 4/4/1947)

[13] Idem. (LL, 16/6/1947)

[14] Idem. (LL, 11/7/1947)

[15] Idem. (LL, 12/7/1947)

[16] De Amerikaanse reeks "The Phantom" ging in 1936 van start, met scenario's van Lee Falk en tekeningen van Ray Moore. In 1946 werd deze laatste vervangen door zijn assistent Wilson McCoy. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 618 ; Horn (Maurice)1 (ed.). Op. Cit., p. 241-242)

[17] Zie La Wallonie.

[18] Oorspronkelijk "Bringing Up Father", door McManus in 1913 opgestart. Deze Amerikaanse auteur, geboren in 1884, brengt met deze reeks gagstroken rond een rijke Amerikaanse familie. Vanaf de jaren 1930 kreeg hij daarvoor assistentie van de tekenaar Zeke Zekely. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 116-117, 502 ; Horn (Maurice)1 (ed.). Op. Cit., p. 65-66)

[19] Zie Volksgazet.

[20] Zie La Libre Belgique.

[21] Zie La Wallonie.

[22] "La Police ! Ah ! Ne me parlez pas de ça. Elle me promet un tas de choses et elle ne fait rien !" (Darell McClure. La petite Annie. - LL, 12/4/1948)

[23] Idem. (LL, 19/6/1948)

[24] Oorspronkelijk Myrtle, door de Amerikaanse auteur Dudley Fisher. De reeks, die de lotgevallen van een familie in beeld brengt, werd opgestart in 1941. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 568 ; Horn (Maurice)1 (ed.). Op. Cit., p. 217)

[25] Deze reeks van de Amerikaan Chick Young zou de meest verspreide reeks over de wereld zijn. Young, geboren in 1901, creëerde Blondie in 1930. De reeks verhaalt de lotgevallen van een niet alledaagse familie. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 92-93 ; Horn (Maurice)1 (ed.). Op. Cit., p. 57-58)

[26] Vervanging van Rip Kirby op 6/5/1947 en van Professeur Nimbus op 14/10/1947. Ook van Donald Duck verschijnt er op die manier een aflevering in La Lanterne (14/10/1947, vervangin van Illico).

[27] Op 24 februari 1949, de dag na de eerste aankondiging, verschijnt het volgende bericht : "par suite d'un contretemps imprévu, la parution de notre nouveau feuilleton dessiné est remise à une date ultérieure." (LL, aankondiging op 24/2/1949, p. 1)

[28] Het verhaal wordt trouwens ook gescheiden van de andere strips. Les mystères de Paris wordt gepubliceerd op pagina 2, terwijl de andere strips samen de laatste pagina innemen.

[29] Frans stripauteur, geboren in 1893. Hij was al actief vanaf de jaren 1920 en publiceerde in de jaren 1940 in allerlei publicaties. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 150)

[30] Amerikaanse reeks van Jerry Siegel (scenario) en Joe Shuster (tekeningen). Superman beschikt over bovennatuurlijke krachten omdat hij eigenlijk afkomtig is van een andere planeet. Op aarde werd hij geadopteerd en nam hij een "gewone" identiteit aan. (Horn (Maurice)1 (ed.). Op. Cit., p. 360)

[31] LL, aankondiging op 12/10/1950, p. 1

[32] Anoniem (Jerry Siegel en Joe Shuster). Superman. (LL, 30/11/1950)

[33] Idem. (LL, 30/12/1950)

[34] Freddy. Le professeur Rama contre le professeur Krug. (LL, 20/3/1948) : "générateur d'énergie atomique", "fusée à carburant atomique"

[35] Idem. (LL, 27/3/1948)

[36] De verdeling gebeurt door PIB, het verhaal komt dus meer dan waarschijnlijk uit Scandinavië.

[37] O'Sheridan schiep het personage Annik in 1945 voor het tijdschrift "Annette", op scenario's van M. Vermeulen. (Van Hamme (Jean) (red.). Op. Cit., p. 39)