Inhoudstafel

Startpagina

 

 

11. De Nieuwe Gazet

 

11.1. Historiek en situering

 

11.2. Van "kindervarhalen" naar "geïllustreerde verhalen"

11.2.1. "Ons kinderverhaal"

11.2.2. Over dodende wolken, goudzoekers en kapoentjes

 

11.3. Besluit

 

 

 

11. De Nieuwe Gazet

 

11.1. Historiek en situering

De Nieuwe Gazet zag op 1 december 1897 het levenslicht als Antwerpse liberale krant. In 1904 werd August Monet hoofdredacteur, een functie die hij gedurende vijftig jaar zou blijven uitoefenen. Zowel tijdens de Eerste als tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de publicatie stilgelegd. Tijdens het interbellum nam de krant een sterk afwijzende houding tegenover het Vlaams-nationalisme aan en stelde ze zich antiklerikaler op dan haar Brusselse liberale collega Het Laatste Nieuws.

Op 7 september 1944 verschijnt De Nieuwe Gazet dan terug. De standpunten die de krant dan inneemt, worden die van de "progressieve, vrijzinnige richting in de Antwerpse liberale partij". Monet is dan nog altijd hoofdredacteur, directeur is Jules Henri Burton. In de literatuur werden geen oplagecijfers teruggevonden.[1]

Tijdens de beginperiode na de oorlog bevat de krant tussen de 6 en de 8 pagina's, een aantal dat tegen 1950 stijgt tot 8 à 14 pagina's. De Nieuwe Gazet is één van de kranten die in januari 1949 overschakelen op een tarief van 1,50 frank, wat kan wijzen op een eerder beperkt publiek. Er verschijnen zes kranten per week, dagelijks van dinsdag tot zaterdag en één krant voor zondag en maandag. Aan ambitie ontbreekt het De Nieuwe Gazet zeker niet : in een advertentie in het "Officieel jaarboek van de Belgische Pers" stelt de krant zich voor als "Het beste Vlaams dagblad."[2]

 

11.2. Van "kinderverhalen" naar "geïllustreerde verhalen"

11.2.1. "Ons kinderverhaal"

Pas op 6 december 1946 - zeer laat in vergelijking met de andere kranten – publiceert De Nieuwe Gazet haar eerste "kinderverhaal". Onder de titel "De Bewogen avonturen van den vroolijken Ab", gaat een verhaal van start dat het midden houdt tussen strip en geïllustreerd verhaal. Reden daarvan is de plaatsing van de begeleidende teksten tussen de twee prentjes. Maar aangezien deze lay-out waarschijnlijk het werk was van Nieuwe Gazet-medewerkers, en gezien de continuïteit tussen dit verhaal en de latere strips, zal het hier toch besproken worden.

De titel "De Bewogen avonturen van den vroolijken Ab" wordt vergezeld van een tweede titel, "Ons kinderverhaal". De krant probeert met de publicatie van dit verhaal dus vooral jonge lezers aan te spreken. Ook de aankondiging[3] richt zich duidelijk op het jonge publiek : "Ter gelegenheid van het Sinterklaasfeest knoopen wij opnieuw aan met een oude traditie, en vergasten wij onze jonge lezers op een prachtig kinderverhaal." Het verhaal wordt ook nog voorgesteld als "iets eenigs, iets buitengewoon avontuurlijks" en "om van te snoepen".

Een jaar lang zou de lezer drie dagen per week de lotgevallen van Ab kunnen volgen. Deze kleine jongen reist de wereld rond en belandt daarbij in China, wordt overvallen door zeerovers, gaat mee op expeditie naar de Noordpool, enz. Het verhaal is getekend in een zeer eenvoudige realistische stijl en wordt volledig anoniem gepubliceerd.

Na afloop wordt de opvolging verzekerd door de Nederlandse auteur Henricus Kannegieter[4] en zijn "Tom de Negerjongen", "een nieuwe vrolijke historie, die de fratsen van een kleine nikker verhaalt"[5]. Het verhaal wordt op dezelfde manier gebracht als zijn voorganger, namelijk twee prentjes per aflevering, en met de tekst tussen deze prentjes in.

 

11.2.2. Over dodende wolken, goudzoekers en kapoentjes

Vanaf 10 november 1948 gooit men het over een andere boeg. Het titeltje "Ons Kinderverhaal" wordt vervangen door "Ons geïllustreerd verhaal", en De Nieuwe Gazet gaat onder deze titel strips publiceren met een meer volwassen inhoud, in een realistische stijl en met gebruik van tekstballonnen. Dat de krant een meer volwassen publiek wilt aanspreken, blijkt ook uit de aankondiging : "Dit verhaal zal iedereen sterk boeien."[6], wordt daar gemeld. "De dodende wolk" is zo de eerste echte strip die in deze krant verschijnt. Tekenaar van dienst is Bob De Moor[7], die via de Artec-Studio's zijn verhaal aan de krant levert.

In "De dodende wolk" nemen twee professoren, Martin Golloway en Hillary Helm, het op tegen de kwaadaardige Professor Nun. Deze Nun, uitvinder van een "dodende wolk"[8], is van plan zich met de hulp van die wolk tot meester van de wereld te maken. Zijn medewerker Helm steekt daar een stokje voor door met de uitvinding te vluchten, maar Nun neemt wraak door zijn ex-medewerker ter hoogte van een brug van de weg te rijden. De auto stort neer en schiet in brand. Maar Helm heeft het overleefd en wordt opgevangen door Golloway, die daar toevallig voorbijkwam.

Golloway en Helm gaan op zoek naar de schuilplaats van Nun en vinden die ook, maar ze worden gevangen genomen. Echter niet voor lang, want even later worden de installaties gebombardeerd door "regeringsvliegtuigen". De hele bende van Nun slaat op de vlucht, terwijl ze Golloway en Helm meevoeren. Eerst per tank, dan per vliegtuig, slagen ze erin te ontsnappen en Zuid-Amerika te bereiken.

Ondertussen stelt Nun aan de twee gevangen professoren voor om mee te werken aan de heropbouw van zijn uitvinding, nu zijn installaties vernield zijn. Ze aanvaarden, in de hoop de uitvinder op die manier te kunnen tegenwerken.

Maar ondertussen bereikt hen het bericht dat een geleerde van de regering erin geslaagd is - op basis van resten uit het vernielde laboratorium - een dodende wolk aan te maken. Daarop doen Golloway en Helm een voorstel aan Nun : ze willen de wolk van de regering onschadelijk maken - omdat de regering die die wolk bezit "machtsdronken" zou worden – op voorwaarde dat Nun de zijne alleen voor vredelievende doeleinden zou gebruiken. Nun aanvaardt.

Maar de situatie wordt nog dramatischer. Golloway en Helm krijgen thuis te horen dat hun land in conflict is met een ander land, dat sterker is. Maar de regering voelt zich veilig door het bezit van de wolk en wilt niets toegeven. Daarop besluiten Golloway en Helm de Minister van Oorlog te gaan opzoeken, én ze slagen erin hem te overtuigen ermee op te houden. Ondertussen bereikt hen ook het bericht dat Nun in een Zuid-Amerikaanse revolutie gedood werd, zodat de dodende wolk definitief tot het verleden behoort.

Bob De Moor levert met dit verhaal een strip in Amerikaanse stijl af die zeker niet moet onderdoen voor de transatlantische voorbeelden. Hij introduceert moderne technologie in zijn verhaal, waaruit blijkt dat nieuwe uitvindingen best voor vredelievende doeleinden gebruikt kunnen worden. En dat is in deze tijden van wapenwedloop zeker niet onbelangrijk.

Uit het verhaal is niet duidelijk af te leiden op welk land de auteur inspeelt, maar het is zeer aannemelijk dat de Verenigde Staten hier met de vinger gewezen worden. De namen van de professoren wijzen op een Engelstalig land, en in de reële wereld bekleden de Verenigde Staten een zeer sterkte positie door hun atoommonopolie.

 

"De dodende wolk" wordt in oktober 1949 opgevolgd door "Het land zonder wet", een Belgische western. Jozef Dresser, kassier in een grote Antwerpse bank anno 1880, wordt door twee mannen bestolen terwijl hij een belangrijke geldvoorraad naar de Nationale Bank in Brussel brengt. De politie verdenkt hem en op zijn werk wordt hij voorlopig geschorst. Hij besluit dan maar zijn "kozijn Piet" te vergezellen naar Amerika.

Als de twee overvallers inschepen op hetzelfde schip als Jozef en Piet, en Piet over de kaart van een goudschat blijkt te beschikken, is de basis van het verhaal gelegd. De overvallers deinzen nergens voor terug en schakelen zelfs een Indianenstam in om de kaart te veroveren. Maar hun geluk blijft niet duren : net als ze de vindplaats van het goud gevonden hebben, worden de twee door Jozef en Piet neergeschoten. Dit anoniem gepubliceerd verhaal is eveneens van de hand van Bob De Moor, die trouwens ook nog eens voor de opvolger zou zorgen.

In juli 1950 wordt de lezer namelijk geconfronteerd met "Petrus en zijn rakkers", een reeks die bestaat uit gagplaten die verdeeld worden over vier stroken. Vier dagen per week krijgt de lezer één strook te lezen, stroken die dan samen een geheel vormen. Iedere week wordt er dus één afgerond verhaaltje gepubliceerd over het kattenkwaad van de rakkers Janus, Petrus, Eefje, Bertus en Benjamin en de volwassenen Dorus en Agent Parker.

En om te besluiten nog even de Scandinavische reeks "Ali Baba"[9] vermelden, waarvan vanaf mei 1948 dagelijks een verticale gagstrook gepubliceerd wordt. Deze verhaaltjes van auteur Ostrup gaan over een klein oosters jongetje met een tulband, dat zijn tover- en hypnosekunsten voor vanalles en nog wat aanwendt.

 

11.3. Besluit

De Nieuwe Gazet wil blijkbaar net als alle andere kranten strips publiceren, maar kan zich waarschijnlijk door gebrek aan financiën[10] niet te veel veroorloven. De vier vervolgverhalen worden tweedagelijks gepubliceerd : er verschijnen alleen afleveringen op woensdag, vrijdag en zondag. "Petrus en zijn rakkers" verschijnt vier keer per week, van woensdag tot zondag. Met uitzondering van "Ali Baba", wordt ook altijd maar één strip tegelijk gepubliceerd. Dat wat de zuinigheid betreft.

Nu de recyclage … De gepubliceerde verhalen kunnen in twee groepen verdeeld worden. In de eerste groep horen de twee eerste verhalen thuis, in de tweede de producties van Bob De Moor. Wat de eerste groep betreft : "Tom de Negerjongen" werd al in 1933-1934 in de Nederlandse pers gepubliceerd[11] en ergens in de jaren 1930 in de Vlaamse Volksgazet[12]. Over "de vrolijken Ab" heb ik verder niets teruggevonden, maar qua stijl sluit het verhaal meer aan bij de productie van de jaren 1930 dan bij die van de jaren 1940.

En wat de tweede groep - de verhalen van Bob De Moor - betreft, deze werden al eerder in andere publicaties opgenomen. "De dodende wolk" stond al in "Overal"[13] in 1948, "Het land zonder wet" in "'t Kapoentje"[14] van 1948 (nr. 42) tot 1949 (nr. 17). En "Petrus en zijn rakkers" is niets anders dan een andere titel voor De Lustige Kapoentjes, die De Moor van 1947 tot begin 1949 voor datzelfde "'t Kapoentje" tekende. [15] De term "De Kapoentjes" is trouwens regelmatig in de tekst terug te vinden[16].

De Nieuwe Gazet stelde zich dus zowel tevreden met vooroorlogse strips als met strips die recent in de katholieke pers verschenen waren. Origineel is wel dat ze voor dat bestaand materiaal een beroep doen op de Belgische Artec-Studio's, in plaats van op de buitenlandse agentschappen. Ook interessant om op te merken is de plotse verandering in het stripbeleid van de krant. Na de twee "kinderverhalen", kiest De Nieuwe Gazet duidelijk voor reeksen die een groot publiek kunnen aanspreken.

Politiek komt in de gepubliceerde verhalen, op enkele uitzonderingen na, niet echt aan bod. In "De dodende wolk wordt er wel gewezen op het gevaar van uitvindingen die verkeerd gebruikt worden en op het gevaar voor oorlogen als bepaalde landen zich door het bezit ervan onaantastbaar voelen.

Om dit deel te besluiten, nog even iets over de vermelding van de auteurs in De Nieuwe Gazet. Bij geen enkel verhaal wordt naast de titel de auteur vermeld, en ook in de aankondigingen, waarvan er per verhaal 1 à 4 verschijnen, wordt over de auteurs gezwegen, op een kleine "onze tekenaar"[17] na. Handtekeningen zijn alleen terug te vinden in "Tom de Negerjongen" (H.K., H. Kannegieter), "De dodende wolk" (Bob, Artec Studio's) en soms in "Het land zonder wet" (idem).

 

 



[1] De Bens (Els). Op. Cit., p. 310 ; Campé (René), Dumon (Marthe) & Jespers (Jean-Jacques). Op. Cit., p. 193-194 ; Bracke (Nele)1. De Nieuwe Gazet. In : NEVB, Op. Cit., p. 2205 ; Annuaire officiel de la presse belge / Officieel jaarboek van de Belgische pers. Association Générale de la presse belge / Algemene Belgische persbond, 1950, p. 579

[2] Annuaire officiel …. Op. Cit., p. 92

[3] NGA, aankondiging op 5/12/1946, p. 1

[4] Nederlandse architect-schilder-tekenaar, geboren in Amsterdam in 1898. Kannegieter publiceerde een omvangrijk aantal krantenstrips in de Nederlandse en Belgische pers. Tom de Negerjongen werd voor het eerst gepubliceerd in 1933-1934. (Henricus Kannegieter. Op : http://www.lambiek.net/aanvang/kannegieter.htm - 22/4/2003)

[5] NGA, aankondiging op 21/11/1947, p. 7

[6] NGA, aankondiging op 7/11/1948, p. 1

[7] Verdere informatie over Bob De Moor in het deel over Het Nieuws van den Dag. Artec werd al behandeld in de inleiding van dit derde deel.

[8] Ook andere futuristische elementen, zoals cirkelvormige, geluidloze vliegtuigen, komen in het verhaal voor.

[9] Verdeeld door P.I.B.

[10] De waarschijnlijk niet al te grote oplage en het feit dat de verkoopprijs al in 1949 op 1,50 frank wordt gebracht, kunnen daarop wijzen.

[11] Henricus Kannegieter. Op : http://www.lambiek.net/aanvang/kannegieter.htm (22/4/2003)

[12] De Laet (Danny)2. Het Beeldverhaal in Vlaanderen. Breda, Brabantia Nostra, 1977, p. 23

[13] "Overal" is het familieweekblad van de N.V. De Gids-groep, en is daarmee de De Gids-versie van "Ons Volk" (Standaardgroep).

[14] "'t Kapoentje" is het kinderweekblad van De Gids-groep, tegenhanger van "Ons Volkske" (Standaardgroep).

[15] Smet (Jan) e.a. Bob De Moor. Turnhout, De Warande, 1989, p. 77-78

[16] Bijvoorbeeld : "Parker, ge moet de kapoentjes eens een flink pak slaag geven …" & "Oeioei, de kapoentjes." (Anoniem (Bob De Moor). Petrus en zijn rakkers – NGA, 1/12/1950 & 8/12/1950)

[17] NGA, aankondiging op 2/7/1950, p. 1