Inhoudstafel

Startpagina

 

 

10. La Wallonie

 

10.1. Historiek en situering

 

10.2. Nos feuilletons illustrés

10.2.1. Mandrake & Annie

10.2.2. De Belgische toer op

10.2.3. Terug naar de agentschappen

 

10.3. Les aventures de Folichon dans la résistance

10.3.1. De bloedige avonturen van een verzetsstrijder

10.3.2. Fritz, Karl, Wilhelm en Co

10.3.3. Hoe maak ik een Duitser onschadelijk ?

10.3.4. Superheld Folichon en de geallieerden

10.3.5. Folichon, La Wallonie en het verzet

 

10.4. Besluit

 

 

 

10. La Wallonie

 

10.1. Historiek en situering

La Wallonie verscheen onder deze titel vanaf 1923. Door verschillende initiatieven vanaf het begin van de 20e eeuw, ontstond ze als Luikse editie van de socialistische krant Le Peuple. De Brusselse redactie had dan ook een grote invloed op de inhoud van de krant. Tijdens het interbellum steeg de oplage mede door het feit dat de Luikse afdeling staal van de socialistische vakbond, voor de vakbondsleden een abonnement op La Wallonie verplicht maakte.

Na een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog, verschijnt de krant terug op 11 september 1944. Ze wordt meer en meer een product van de vakbondsbeweging, die de krant in 1951 zou overnemen. Directie en hoofdredactie zijn in 1950 in handen van Isi Delvigne. Voor 1953 vermeldt Campé een oplage van 57.000 exemplaren.[1]

De krant stelt zich voor als "Quotidien belge illustré" en verschijnt zes keer per week (zaterdag en zondag vormen samen één krant), waarbij er telkens strips opgenomen worden. Het aantal pagina's klimt van 4 à 6 in 1946 tot 6 à 10 in 1950. Het formaat van de krant bedraagt 42 op 58 cm.

 

10.2. Nos feuilletons illustrés

10.2.1. Mandrake & Annie

De eerste stripstroken duiken in La Wallonie op in december 1945. Over zes afleveringen wordt een kortverhaal van Tarzan verteld, als reclame voor een bioscoopfilm. Daarna is het echter vier maanden wachten op het echte begin van de strippublicaties, die op woensdag 24 april 1946 van start gaan.

Op die dag starten namelijk de Amerikaanse reeksen "Mandrake le Magicien"[2] en "La petite Annie Rooney"[3], die gedurende zes maanden (tot begin november) de lezers van de krant zouden bezighouden. De twee reeksen zijn ballonstrips en zijn getekend in een realistische stijl. Mandrake is een gemaskerde onrechtbestrijder die over magische krachten beschikt. In de twee gepubliceerde verhalen verslaat hij een geleerde en zijn robot en zorgt hij ervoor dat een meisje voor haar 21e met de man van haar leven kan trouwen, en dit ondanks de tegenstand van haar voogden omwille van een erfeniskwestie.

Annie Rooney is dan weer een weesmeisje dat mishandeld wordt door haar voogdes en daarom constant op de vlucht slaat. Ze moet dan ook zelf voor haar onderhoud zorgen en probeert werk te vinden : maar het vinden van werk is zeer moeilijk voor zo'n meisje, en als ze al iets vindt, wordt ze ofwel uitgebuit, ofwel na korte tijd bedankt. Moeilijk is ze niet, ze wilt voor iedereen goed doen, ze wilt altijd iedereen helpen, wilt nooit een last zijn, en is ondanks alles altijd tevreden. Op een dag komt ze terecht bij de miljonair Billion, die zich over haar ontfermt. Hij overlaadt haar met luxe en cadeautjes, maar Annie blijft hetzelfde eenvoudige meisje : ze besluit een hoop andere kinderen van die rijkdom mee te laten profiteren. Soms slaat ze zelfs aan het filosoferen : "Bien sûr, j'aime toutes ces jolies choses que j'ai – et mes beaux habits et les servantes qui s'occupent de moi – Mais je crois que les gens peuvent être heureux même s'ils n'ont pas des tas d'argent."[4] En haar goede geest gaat blijkbaar over op Billion, want op een dag besluit hij aan alle arme gezinnen van de stad een huis te schenken, gevolgd door andere weldaden. De publicatie van Annie eindigt met een scène waarin Annie en Billion naar de sterren kijken, en deze laatste zegt : "Les actions des hommes ne sont que futilités. On devrait forcer les hommes à étudier les planètes jusqu'à ce qu'ils comprennent qu'ils ne sont pas plus gros qu'un grain de poussière."[5]

 

10.2.2. De Belgische toer op

Op 30 oktober 1946 komen daar twee reeksen bij, zodat La Wallonie gedurende een week 4 stripstroken publiceert. En deze keer gooien ze het over een andere boeg, met de publicatie van Belgisch materiaal.

In "Le sept de trèfle" vertelt Marleb - een toenmalig pseudoniem van Jacques Martin[6] - de avonturen van Kapitein O.W. Hard van Scotland Yard, de jonge Jack, en zijn kat Minne. Ze moeten het opnemen tegen de bende van de "sept de trèfle". Deze bende bedreigt alle hoofdsteden van de wereld met vernietiging door een nieuw atoomwapen als ze binnen de 24 uur geen miljard in goud krijgt. Maar de klaverenbende had blijkbaar zonder O.W. Hard en Jack gerekend : hun schuilbasis wordt vernietigd en de bende ingerekend. Het verhaal, dat soms een beetje verwarrend is, wordt gebracht in een zeer nette klare-lijnstijl.

De tekenaar zou daarover later in een interview verklaren : "Très vite, j'ai executé des dessins pour des agences de publicité, mais aussi pour des journaux comme L'indépendance de Charleroi et La Wallonie de Liège. Le premier personnage que j'ai créé pour une aventure intitulée Le Hibou Gris s'appelait Jack et son petit chat blanc : Minne, héros inspiré de Tintin. Avec ce personnage, là, j'ai entrepris une autre histoire : Le Sept de Trèfle."[7] Voor zover bekend is de publicatie in La Wallonie de eerste[8]. Het verhaal zou op de krant beland zijn door een man die Martin leerde kennen op een Brussels reclamebureau, en die zijn werk aan verschillende uitgevers was gaan voorstellen.[9]

Het tweede Belgische verhaal dat La Wallonie publiceert, is getiteld "Les aventures de Folichon dans la résistance", en zou meer dan een jaar lopen. Zoals de titel het al aangeeft, worden hierin de avonturen van een verzetsstrijder verhaald door een onbekende auteur. Op dit verhaal zal verder dieper ingegaan worden.

 

10.2.3. Terug naar de agentschappen

Spijtig genoeg houdt La Wallonie het voorlopig bij deze twee verhalen van Belgische oorsprong. Daarna zou de krant vooral agentschapstrips publiceren, en dit voorlopig aan het ritme van 2 stroken per dag. In november 1948 zouden het 3 verhalen en vier stroken worden, om dan in december bij 4 verhalen, met telkens één strook, te belanden. Ze worden samengezet in de rubriek "Nos feuilletons dessinés".

Daarbij zitten zowel avonturenverhalen als gagstroken, in een mengelmoes van grafische stijlen. Een overzicht … "La Famille Flop"[10] loopt van mei 1947 tot juni 1949. Deze gagstrip van Swan bestaat uit de traditionele familiegrappen, de man die seksistische grappen maakt over zijn vrouw, de jongen die thuiskomt met een slecht rapport, enzovoort. Vanaf december 1948 duikt ook de gagstrip Oscar[11] van Jean Leo in La Wallonie op.

Jim Harvey (november 1948 – juni 1949) is dan weer een politieverhaal bestaande uit een aaneenrijging van achtervolgingen, schietpartijen en afrekeningen, waarbij de New Yorkse detective Jim Harvey de misdadigers bestrijdt. Het verhaal is getekend in een zeer slordig realisme, en op dezelfde slordige en onhandige manier geletterd. Auteur is een zekere "Ruzi" en het verhaal is waarschijnlijk origineel[12]. De tekenstijl vertoont op sommige momenten zelfs overeenkomsten met die van Folichon (dat anoniem gepubliceerd wordt). Het is dan ook mogelijk dat de twee verhalen door dezelfde auteur ("Ruzi") getekend zijn, maar ik durf mij hier niet met zekerheid over uit te spreken.

Van april tot oktober 1949 verschijnt een vijfde strip in La Wallonie : Le Capitaine Fracasse. Deze ondertekststrip van de Fransman Robert Bressy[13] vertelt het verhaal van een geruïneerde baron ten tijde van Louis XIII, die op rondreis gaat met een toneelgroep. Maar onze baron wordt verliefd op de mooie Isabelle van het gezelschap. Als uiteindelijk dan blijkt dat Isabelle de verloren dochter is van een rijke Hertog, eindigt het verhaal met een sprookjeshuwelijk. Het verhaal is een verstripping van de roman van de Franse negentiende-eeuwse auteur Théophile Gautier[14].

Popeye[15] (juli – december 1949) komt niet verder dan een aaneenschakeling van flauwe grappen, en wordt na zes maanden abrupt afgebroken met een kort bericht[16], waarin het verder verloop van het verhaal verteld wordt.

Rip Kirby[17] (vanaf juni 1949) is een detectivereeks van de Amerikaanse grootmeester Alex Raymond, en is één van de beste Amerikaanse reeksen die op dat moment in de Belgische pers gepubliceerd worden. Het zeer verzorgde realisme van Raymond steekt fel af tegenover de slordigheid van sommige andere reeksen. Zoals in de meeste Amerikaanse detectives, wisselen het oplossen van misdaden en liefdesaffaires elkaar af. Een verdwenen model, een erfeniskwestie, een edelstenensmokkel, Rip probeert het allemaal op te lossen. Politiek komt in de gepubliceerde afleveringen niet echt aan bod. Wel ontlokt een als schilder vermomde Rip Kirby de volgende uitspraak aan enkele voorbijgangers : "Regarde-donc c'type là ! Il a une tête de bolschévique !"[18]

"Le roi de la police montée"[19] loopt van november 1947 tot november 1949 en vertelt de avonturen van de "Mountie" King, die, zoals men kan verwachten, zichzelf constant in nesten werkt. Hij lost een moordzaak op, wordt geconfronteerd met een uit de hand lopende concurrentie tussen autocoureurs, onderzoekt de oplichting van Indianen en wordt zelf door hen verdacht, en hij vindt in een hut een overlevende van een vliegtuigcrash, die ook de diamanten bewaart die dat vliegtuig vervoerde. In het laatste gepubliceerde verhaal komt hij in aanraking met een mysterieuze, en waarschijnlijk Russische[20], bende. Een professor heeft een elektronisch wapen uitgevonden en is blijkbaar ook van plan het te gebruiken : "Avec quelques de ces tubes, je peux anéantir des armées entières ! Je suis le maître du monde !"[21], roept hij uit. Maar uiteindelijk wordt hij zelf gedood door zijn uitvinding.

Deze reeks wordt in november 1949 opgevolgd door "Luc Bradefer"[22], in de oorspronkelijke versie "Brick Bradford". Met hun vliegtuig maken Luc en zijn gezelschap een noodlanding in de tropen, waar ze gevangen genomen worden door een stam "wilden". Maar dankzij de blanke tovenaar en via veel slachtoffers bij de inboorlingen slagen ze erin te ontsnappen en terug de bewoonde wereld te bereiken. Op te merken is een klein gesprek over Hitler aan het begin van het verhaal. Luc en zijn vriendin Béryl komen net terug van de maan en hebben sinds voor de oorlog geen nieuws van de aarde meer gehad. Béryl vraagt zich dan ook af wat "ce fou d'Hitler" zou geworden zijn. Waarop Luc antwoordt : "Les Allemands se sont certainement débarrassés de lui !"[23]

Tenslotte wordt vanaf december 1949 Mickey Mouse gepubliceerd, meer bepaald het verhaal dat onder de titel "Mickey en Zorro" ook in de Volksgazet gepubliceerd werd.

 

10.3. Les Aventures de Folichon dans la Résistance

Zoals hierboven al aangehaald, verschijnen "Les aventures de Folichon dans la résistance" van 30 oktober 1946 tot 6 november 1947 in La Wallonie. Het verhaal wordt volledig anoniem gepubliceerd, er is geen enkele aanduiding van een auteur of een copyright te vinden, en in de tekeningen zelf is geen enkele handtekening te bespeuren. Ook vergelijking met andere tekeningen in de krant levert niet echt iets op : de strip is te klein afgedrukt om echt de tekenstijl te kunnen vergelijken, én de meeste andere tekeningen zijn ook niet ondertekend.

Maar aangezien het begin van het verhaal zich afspeelt in België, en het geheel er nogal slordig uitziet, kan men besluiten dat het verhaal speciaal voor La Wallonie gemaakt werd, of toch tenminste van Belgische oorsprong is.

 

10.3.1. De bloedige avonturen van een verzetsstrijder

Het verhaal begint met Folichon, een jonge Belg, die vanuit zijn zetel naar de radio luistert. Radio Londen doet een oproep : "Allo allo ici Londres … Belges venez combattre avec vos alliés." Waarop Folichon denkt : "L'idée n'est pas mauvaise ? Je vais y réfléchir : allons dormir."[24] De volgende dag krijgt Folichon een anonieme brief van "een vriend", die hem waarschuwt dat de Felfgendarmerie opdracht gekregen heeft hem op te pakken. Folichon maakt zich klaar en vlucht weg. En terwijl hij uitdagend denkt : "Vous pouvez toujours essayer de me retrouver Ms. les Allemands"[25], neemt hij de trein naar Mons.

Dan begint een - voor de Duisters - bloedige achtervolging : Folichon bevrijdt zich van twee Feldgendarmen die de trein wilden controleren, schiet een Gestapo-man neer en steelt zijn auto. Hij kan nog enkele achtervolgers van zich afschudden, valt zelfs even in handen van de Duitsers, maar natuurlijk slaat of schiet Folichon zijn bewakers neer en vlucht hij verder. Langs een venster springt hij op een vrachtwagen die stro vervoert, en op deze manier geraakt hij probleemloos de grens over, Frankrijk binnen.

Net over de Franse grens springt Folichon van de vrachtwagen en wordt hij opgepikt door een motorrijder, die hem mee naar huis neemt. Daar toont de motorrijder hem een krant waarin over hem geschreven wordt : er wordt 500 frank beloning uitgeloofd voor wie inlichtingen kan verschaffen over zijn persoon : "Ce bandit a abattu deux soldats de la noble Allemagne … Ce crime ne … impuni. Tous bon … Belges sont priés de nous donn … renseigner."[26] De man, duidelijk een weerstander, geeft Folichon zijn motor en zijn pistool mee, zodat hij kan verdervluchten.

Even later krijgt hij – natuurlijk - weer de Gestapo achter zich aan. Maar zoals te verwachten, slaagt hij er door een list in hen hun auto afhandig te maken en door te rijden tot in Bordeaux. Onderweg rekent hij weer met een paar Gestapo's af.

Als hij langs de kant van de weg een Duitse vlieger-officier opmerkt, geeft hij hem een lift, om hem dan even later koelbloedig neer te schieten, zijn uniform aan te trekken en het lijk in een ravijn te gooien. Verkleed als Duitse officier rijdt Folichon nu probleemloos het vliegveld van Bordeaux binnen. Daar stapt hij uit, begeeft hij zich naar een vliegtuig, zet de motor in werking en stijgt op. Met groot alarm als gevolg; Duitse vliegtuigen stijgen op en een luchtgevecht ontstaat. Folichon haalt wel een achtervolger neer, maar wordt zelf ook geraakt, zodat hij moet landen. Een Duits vliegtuig landt in de buurt om Folichon gevangen te nemen, en natuurlijk vlucht deze met het toestel van zijn achtervolgers naar Engeland, het doel van de reis. Als de Engelse kust in zicht komt, roept hij dan ook "Enfin ! Quelle joie !"[27].

In Engeland gaat Folichon na een korte rustperiode aan de slag bij het Engelse leger. Hij wordt piloot van een bommenwerper die vliegvelden bombardeert en Duitse toestellen neerhaalt. "Avec calme et précision, la forteresse commence son oeuvre de déstruction. Les bombes trouent l'air avec un sifflement lugubre. L'anéantissement de l'aérodrome allemand, se poursuit d'un façon systématique."[28] Op een dag volgt een speciale opdracht : de stuwdam van een elektriciteitscentrale opblazen. Daarbij vallen weer een hoop Duitse slachtoffers. En na enkele moeilijkheden slaagt Folichon erin terug te keren naar zijn basis.

En omdat hij zo goed werk geleverd heeft, besluit de kolonel hem te belasten met een heel speciale opdracht : "Sans perdre de temps, je tiens à vous confier une mission beaucoup plus périlleuse encore. Voyez cette carte. Dans cette île, les Allemands ont installé une station secrète. Tous nos avions qui passent à proximité sont descendus au moyen d'une nouvelle arme. Cette base importante doit être anéantie."[29] Folichon krijgt hiervoor een nieuw vliegtuig met inklapbare vleugels, dat gelanceerd wordt met een katapult, dat automatisch schiet en dat onraakbaar is voor kogels. Het kan ook aan het nieuwe Duitse wapen, de V-straal, weerstaan.

Maar er bevinden zich blijkbaar verraders in de rangen van de geallieerden. Een "domestique félon" van de basis vindt het zijn taak om de "vijfde colonne" te waarschuwen van de opdracht van Folichon.

Folichon landt op het eiland, wordt gepakt, maar kan natuurlijk vluchten. Hij saboteert de apparatuur van de Duitsers en lanceert een oproep tot de geallieerden om het eiland te komen bombarderen. Dit lukt blijkbaar goed, want als Folichon het eiland gaat nakijken merkt hij op : "Tout m'a l'air consciencieusement aplati."[30]

Hierna krijgt Folichon nog een derde opdracht : een mysterieuze bende werkt de geallieerden tegen en hij wordt belast met een onderzoek. Hij trekt daarvoor weer naar een eiland, maar wordt door de Duitsers verrast. Hij wordt opgesloten, samen met een jonge vrouw van de IS[31]. Maar hij slaagt er natuurlijk weer in te ontsnappen, een hoop Duitsers naar een andere wereld te helpen, het munitiedepot op te blazen, een dokter die medische experimenten uitvoert, dood te schieten, een gefolterde gevangene te bevrijden, en ga zo maar door. Uiteindelijk nadert de Britse vloot en even later bombarderen de geallieerden het eiland vanuit de lucht en vanuit de zee. Het eiland wordt volledig kapotgeschoten, en de Duitsers beginnen te panikeren. De geallieerde overmacht is te groot : de Duitsers geven zich over. De taak van Folichon is volbracht en de volgende dag keert hij terug naar Engeland, "l'invincible refuge de la liberté"[32].

In verhouding tot de verhaalde feiten wordt het verhaal van Folichon op een zeer luchtige manier verteld. Duitsers worden gedood zoals men vliegen doodmept. Het verhaal is volledig in een eenvoudige realistische stijl getekend, behalve voor het hoofd van Folichon, dat nogal simpel getekend is, waarschijnlijk om de herkenbaarheid van het personage te vergroten. Folichon loopt ook meestal rond met een glimlach op zijn gezicht en een pijp in zijn mond. Voor gevoelige zielen is het verhaal ook niet echt geschikt : er wordt meestal uitgelegd hoe een Duister gedood wordt (kogel in de nek, door het hart, hoofd tegen een boom gekwakt) en dat wordt op de tekeningen ook effectief getoond. Hierna zullen een aantal elementen verder uitgediept worden.

 

10.3.2. Fritz, Karl, Wilhelm en Co

Zoals men wel al kan verwachten, worden de Duitsers in dit verhaal zo slecht mogelijk voorgesteld. Dit komt ook tot uiting in de woorden die gebruikt worden om de Duitsers aan te duiden. Soms blijft de auteur vrij braaf ("l'Allemand", "le nazi", "le policier", "le gestapiste", "le SS"), en soms laat hij zich blijkbaar gaan : "les boches", "saligauds", "bandits", "tueurs", "traitre", "reptile". Sommige opmerkingen van Folichon gaan trouwens dezelfde toer op : "ils ont l'air de deux grenouilles", "Tas d'idiots ! Ils ne valent même pas la corde pour les pendre."[33]

En natuurlijk ontbreekt ook het traditionele idiote taaltje van de Duitsers hier niet : "Ach ! C'est danger monter ici. Beaucoup vent", "Ya pas bon.", "Vous bien regarder. Fritz lui peut-être pistolet."[34] En inderdaad : Fritz !

Om het geheel volledig te maken worden de meeste Duitsers met dezelfde typische namen aangeduid : Fritz en Karl komen veelvuldig voor, voor de rest verschijnt soms ook een Max, Wilhem of Franz.[35]

De Duitsers worden ook voorgesteld als arrogant en overtuigd van hun gelijk. Zo reageert bijvoorbeeld een Gestapo-man die wilt gaan telefoneren in een boerderij : "Gestapo. il faut que je télephone tout de suite." En als de boer antwoordt dat hij geen telefoon heeft, dreigt de Duitser met zijn wapen en zegt "Vous avez menti. Je ne sais ce qui me retient de vous descendre. Otez-vous que je passe."[36] Of nog deze uitspraken tegen Folichon : "On finit toujours par se faire prendre, mon petit ami !"[37], "Ah ! Ah ! On va t'apprendre ce qu'il en coûte de s'en prendre aux soldats du grand Reich !"[38]

Hun houding contrasteert natuurlijk met de resultaten die ze bereiken. Hoe zelfverzekerd en arrogant ze zich ook voordoen, hun mislukkingspercentage ligt zeer hoog, met als resultaat dat de Duitsers nogal dom en idioot overkomen : de keren dat Folichon er met Duitse vliegtuigen en auto's vandoor gaat, zijn ontelbaar. En als ze voelen dat de grond te heet onder hun voeten wordt, slaan ze op de vlucht[39].

Ook de Duitse oorlogspraktijken worden onder de aandacht gebracht. Op het eiland van zijn laatste opdracht ontdekt Folichon ook een verborgen laboratorium waar een "Herr Doktor" experimenten uitvoert. Als Folichon binnendringt, wilt de "dokter" net een transplantatie uitvoeren op het zenuwstelsel van een baby van zes maanden. Het kind wordt aan de muur vastgeketend. Folichon kan dit natuurlijk niet laten gebeuren : "Horrible ! Voila les crimes auxquels se livrent des savants allemands !! J'empêcherai cet assassinat, coûte que coûte". Hij schiet dan ook de "misdadiger"[40] neer.

Even later hoort Folichon in hetzelfde gebouw hulpgeroep. Hij gaat kijken en ontdekt een gevangene die gefolterd wordt. De gevangene, die met de handen boven het hoofd vastgebonden is, is zelfs bewusteloos gevallen door de folterpraktijken. Maar net als een Duitser de gevangene een zweepslag wilt toebrengen, schiet Folichon de zweep kapot, waarna hij de gevangene bevrijdt. En als hij dan ook nog ziet dat er op de binnenkoer gevangenen geëxecuteerd worden, twijfelt Folichon niet en schiet hij de officier, die de executie leidt, neer. Even later bevrijdt hij de terdoodveroordeelden.

Over de grafische voorstelling van de Duitsers is weinig te zeggen, omdat de tekeningen vrij slordig, klein en niet altijd even duidelijk zijn. Op het einde van het verhaal is wel een Duitse officier te zien met een snor en een monocle.[41]

En niet alleen de Duitsers zelf, ook bijvoorbeeld de collaboratiekrant "Cassandre" krijgt ervan langs. In het begin van het verhaal leest Folichon deze krant, waarna hij opmerkt : "Un beau torchon ce journal. Je vais écouter les conseils de Londres."[42] De krant waarin later het opsporingsbericht[43] van de held Folichon verschijnt, is waarschijnlijk Cassandre.

 

10.3.3. Hoe maak ik een Duitser onschadelijk ?

Een voorbeeld. Als Folichon in het begin van het verhaal de trein neemt, wordt hij gewaarschuwd door de treincontroleur, dat twee Feldgendarmen aan het volgende station zullen opstappen om controles uit te voeren. Folichon is dus gewaarschuwd, en als de Duitsers opstappen, vlucht hij op het dak. Maar dat is niet genoeg, hij daagt ze uit. De twee soldaten proberen hem te volgen, maar dat duurt niet lang : Fritz is het eerste slachtoffer. Folichon schiet een kogel door zijn lichaam, net onder zijn hals. Fritz valt dan ook van de trein : "Touché l'Allemand tombe … et s'écrase au sol où il reste étendu dans une mare de sang." Waarop Folichon opmerkt : "En voilà un de liquidé. Au tour du second maintenant." Bij de tweede, Karl, gaat het nog gemakkelijker. De trein nadert een tunnel en Folichon heeft net de tijd om op het dak te gaan liggen. Karl hing echter nog aan de zijkant van de trein : "Le policier n'ayant pas le temps de se garer, s'écrase contre la maçonnerie et tombe sur le sol où il reste étendu dans une mare de sang." Waarop Folichon, die niet goed snapt wat er gebeurd is, opmerkt : "Où est-il donc bien passé ? S'il pouvait s'être démoli le portrait. Ce serait une chance pour moi."[44]

Op deze manier gaat het het hele verhaal lang door. Andere uitspraken van Folichon bij het neerschieten van Duitsers zijn bijvoorbeeld : "Avale cette prune et digère la, si tu sais"[45]. Of de vertellerstekst als Folichon net aan de hand van een granaat zijn Duitse achtervolgers in een ravijn heeft doen rijden : "Un sourire ironique aux lèvres, notre ami contemple son ouvrage.", waar Folichon nog aan toevoegt : "Encore deux boches de moins sur cette terre."[46]

Soms lijkt het verhaal wel op een handleiding "Hoe maak ik een Duitser onschadelijk". Tips zijn er alleszins genoeg te vinden : vanop afstand schieten (als verdediging of als aanval), gewoon koelbloedig een ongewapende Duitser neerschieten, door het hart of in de nek schieten, met een granaat gooien, slaan met een fles, een auto door middel van een granaat in een ravijn doen storten, Duitsers zonder parachute uit een vliegtuig in volle vlucht gooien, of een Duitser bewusteloos in het water werpen, vanuit een vliegtuig neerkogelen, een Duitser met zijn hoofd tegen een boom kwakken, een rots bovenop een Duitser laten vallen, met een ijzeren staaf in het gezicht slaan, of nog de buik doorsteken met een bajonet.

 Soms wordt het dan nog op een echt humoristische, of beter gezegd sarcastische, manier behandeld. Folichon komt een Duitse soldaat tegen en denkt "Encore un ? Ca pullule par ici. Allons, soyons généreux ! Il ne pourra que m'être reconnaissant de l'envoyer dans un monde meilleur."[47] Folichon gooit een grote rots naar beneden, recht op de soldaat die net denkt "J'ai le pressentiment qu'il me tombera un de ces jours une tuile sur la tête". Wat dus ook gebeurt : "Atteint au milieu du dos, le boche s'écroule."[48]

Of nog deze : Folichon krijgt weer last met een Duister en zegt met een glimlach op zijn gezicht "Sans être Japonais, je vais lui enseigner la pratique du Hara-Kiri". Waarop hij de Duitser wilt neersteken, maar deze merkt de aanwezigheid van Folichon op en roept om hulp. Dus knijpt Folichon maar zijn keel dicht en zegt "Assez de tintamarre ! Dans quelques instants tu ne souffriras plus." Het dode lichaam ziet hij dan weer als een "Succulente nourriture pour les vers !".[49] Folichon zegt zelfs eens "Ce ne fut qu'un jeu !" als hij net twee Duitsers neergeschoten heeft.[50]

Enfin, over het hele verhaal helpt "notre ami" Folichon meer dan veertig Duitsers op één of andere manier naar een andere wereld. Daarnaast zorgt hij voor de vernieling van een tiental vliegtuigen, een tweetal auto's, een duikboot en een schip.

 

10.3.4. Superheld Folichon en de geallieerden

Een Duitser kan niet slecht genoeg zijn, maar Folichon is natuurlijk dé held. Hij wordt dan ook meestal aangeduid met "notre ami"[51] of "notre héros"[52]. Hij ontpopt zich in de loop van het verhaal tot een soort superman die alles aankan en zichzelf uit de meest onmogelijke situaties kan redden. In geen tijd verwisselt hij een autoband, bij luchtgevechten raakt hij probleemloos de vijandige toestellen, zodat ze brandend neerstorten, … Terwijl zijn eigen toestel hoogstens licht geraakt wordt aan de motor zodat een herstellanding nodig is. Een vuurgevecht vertoont meestal hetzelfde patroon : terwijl de Duitsers er gegarandeerd naast schieten, schiet Folichon altijd raak. Ook is het voor hem geen enkel probleem een mes in volle vlucht kapot te schieten. Hij overleeft een val in een ravijn door zich vast te houden aan een uitstekende struik, waarna hij dan op een rotsplatform belandt. Uit die positie wordt hij gered door een touw vast te grijpen dat voortgesleept wordt door een vliegtuig. Ook het onoverwinnelijke vliegtuig dat hij van de Engelsen tot zijn beschikking krijgt, past perfect in dit rijtje.

Naast Folichon, zijn de Engelsen in het algemeen natuurlijk ook de helden van het verhaal. Engeland wordt voorgesteld als het "beloofde land", het land van de vrijheid, waar Folichon absoluut naartoe wilt. Als hij met zijn vliegtuig de Engelse kust bereikt, krijgt men een tekening van de rotskust te zien met daarboven in koeien van benadrukte letters "Angleterre" geschreven[53]. En radio Londen wordt als de enige betrouwbare informatiebron naar voor gebracht.

Folichon prijst trouwens ook het organisatietalent van de Engelsen aan : "Sapristi ! Ces Anglais vont vite en besogne quand le besoin s'en fait sentir."[54] Maar uit het verhaal is wel duidelijk genoeg dat het Engelse leger veel sterker en beter georganiseerd is dan het Duitse, zodat over de afloop van de oorlog geen twijfel kon bestaan.

We hebben hier dus te maken met een zwart-witverhaal waarbij de grote Belgische held Folichon het aan de zijde van de geallieerden opneemt tegen de verraderlijke en door en door slechte Duitsers. Folichon is "notre ami" die de Duitsers tegenwerkt en vernietigt, de Duitsers zijn arrogante idioten en mislukkelingen die folteringen en medische experimenten uitvoeren, en Engeland is het verzetsland dat Folichon zal helpen zijn plannen te verwezenlijken. Het verhaal is eigenlijk een echte lofbetuiging aan het adres van Folichon, en via dit personage aan het Belgische verzet en de Britse geallieerden.

 

10.3.5. Folichon, La Wallonie en het verzet

Dit verhaal dat de rol van een verzetsstrijder de hemel in prijst, kan niet los gezien worden van de repressie en de problemen waarmee het verzet na de oorlog te maken kreeg. Verzetsgroepen speelden een grote rol in de repressie onmiddellijk na de bevrijding. Ze eisten een harde aanpak en moeiden er zich ook daadwerkelijk. De maatregelen die hun macht inperkten, zagen ze dan weer niet graag komen. Eind 1944 stootte de oproep van de regering om de wapens in te leveren nog op groot verzet. Na de twee regeringen van nationale eenheid, kwam er na augustus 1945 een linkse regering tot stand, die er in zou slagen enkele maatregelen in verband met het verzet te nemen. Vooral de communistische minister Jean Terfve[55] zorgde ervoor dat de regelingen met betrekking tot de weerstand verder uitgewerkt werden.[56]

Ook belangrijk is het feit dat vooral de linkse partijen zich met deze materie gingen bezighouden. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de socialistische krant La Wallonie dit verhaal, dat een duidelijke benadrukking is van de weldaden van het verzet, publiceert in de periode dat de regering zich met deze zaken bezighoudt.

Maar er is meer. Isi Delvigne, hoofdredacteur van La Wallonie, was tijdens de oorlog actief in de sluikpers, als redactielid van de socialistische clandestiene bladen Combattre en Vaincre. Delvigne was trouwens niet alleen actief in de sluikpers, hij was ook voorzitter van de Metaalbewerkersbond van Luik. En hij had alle redenen om wrok te koesteren tegenover de Duitsers : "Eind maart 1942 werden in een gezamenlijke actie niet minder dan zes van de zeven regionale secretarissen van de metaalvakbond aangehouden en gedeporteerd naar Duitse concentratiekampen." Delvigne had dus van zeer dicht te maken gehad met Duitse repressieve maatregelen ten opzichte van het Duitse verzet. De socialistische vakbeweging had tijdens de oorlog trouwens ook af te rekenen met de "Unie van Hand- en Geestesarbeiders", opgericht door Hendrik De Man, die de kaart van de syndicale collaboratie koos.[57]

Men zou kunnen zeggen dat het mogelijk is dat Delvigne mee aan de basis lag van het Folichon-verhaal. Voorzichtiger is te zeggen dat hij als hoofdredacteur de inhoud van het verhaal zeker niet kon afkeuren, gezien zijn situatie tijdens de oorlog. 

 

10.4. Besluit

La Wallonie begint bescheiden met twee strips per dag, een aantal dat in december 1948 stijgt tot vier per dag. Van april tot oktober 1949 worden het er zelfs vijf. Daarmee plaatst La Wallonie zich bij de kranten die de meeste strips publiceren. De groepering van alle strips onder de rubriek "nos feuilletons dessinés", die meestal op de laatste pagina verschijnt, maakt dat het geheel de lezer zeer snel opvalt.

De verhalen zijn van verschillende oorsprong, maar toch is er een duidelijk overwicht van het agentschap Opera Mundi, en dus van Amerikaanse strips, waar te nemen. Opmerkelijk is dan weer de korte poging om Belgische strips te publiceren. Er is ook een verpletterend overwicht aan ballonstrips : Le Capitaine Fracasse is de enige strip met ondertekst. Qua genres en stijlen is La Wallonie zeer gevarieerd : zowel realistische als humoristische vervolgverhalen komen aan bod naast gagstroken.

Auteurs worden, op uitzondering van Mandrake en Annie, niet in de titel vermeld. De lezer die de auteur wilt identificeren, moet zich dus op de handtekening richten. De meeste verhalen krijgen een aankondiging, en vaak zelfs meer dan één : zo worden voor de start van de gagstrip Oscar niet minder dan zeven aankondigingen gepubliceerd, telkens op de voorpagina. Maar meestal blijven deze tekstjes vrij kort en wordt er geen aandacht besteed aan de auteurs.

De politieke inhoud is bij de meeste verhalen aan de magere kant : elementen komen voor in Annie (omgaan met rijkdom), Le sept de trèfle (een bende die de wereld bedreigt met een atoomwapen) en Le Roi de la Police Montée (een gevaarlijke Russische bende). Folichon is dan ook op politiek vlak zeer opvallend : in deze naoorlogse jaren wordt fictie ingeschakeld om nog eens af te rekenen met de voormalige Duitse vijand én om de rol van het verzet te verheerlijken. La Wallonie publiceert hiermee één van de meest politiek geladen verhalen die ik bij dit onderzoek tegengekomen ben.

 

 



[1] De Bens (Els). Op. Cit., p. 406 ; Campé (René), Dumon (Marthe) & Jespers (Jean-Jacques). Op. Cit., p. 482-484 ; Annuaire officiel de la presse belge. Op. Cit., p. 587

[2] De eerste aflevering van Mandrake werd in 1934 in de Amerikaanse pers gepubliceerd. Lee Falk, die de reeks creëerde, zorgde voor de tekst, en liet het tekenwerk over aan Phil Davis. De reeks kende in de Verenigde Staten een groot succes, zodat er in 1939 zelfs een televisiebewerking van gemaakt werd. (Horn (Maurice)1 (ed.). Op. Cit., p. 195-196 ; Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 510)

[3] Little Annie Rooney was oorspronkelijk een filmpersonage uit 1925. Twee jaar later kwam de stripbewerking tot stand. Nadat enkele tekenaars elkaar opgevolgd waren, stond Darell McClure vanaf 1930 in voor het tekenen van de dagstroken, op teksten van Brandon Walsh. (Horn (Maurice)1 (ed.). Op. Cit., p. 177-178 ; Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 482-483)

[4] Brandon Walsh & Darell McClure. La petite Annie Rooney. (LW, 16/9/1946)

[5] Idem. (LW, 5/11/1946)

[6] Jacques Martin, Frans stripauteur, werd geboren in Straatsburg in 1921. Tijdens zijn studies kwam hij in België terecht en tijdens de Tweede Wereldoorlog begon hij te publiceren. Het pseudoniem Marleb komt voort uit zijn korte samenwerking met Henri Leblicq (Mar-tin en Leb-licq). Na die samenwerking zou hij dit pseudoniem toch blijven gebruiken tot 1950. Onder het pseudoniem Marleb zou hij verschillende verhalen maken, waaronder twee met deze personages. Hij werkte op het einde van de jaren 1940 ook voor Bravo, Wrill en Tintin. Martin zou later onder zijn eigen naam veel bekendheid verwerven met zijn historische reeksen Alix, Jhen, Arno, … en de detectivestrip Lefranc. (Van Passen (Alain). Signé Marleb ou le temps des recherches. In : Alix, Lefranc et Jacques Martin. Bruxelles, RTP, 1975, p. 17 ; Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 521-522 ; Groensteen (Thierry) & Martin (Jacques). Avec Alix. Tournai, Casterman, 1984, p. 10-40)

[7] Robert (Michel). La Voie d'Alix : entretiens avec Jacques Martin. Paris, Dargaud, 1999, p. 10

[8] Robert (Michel). Op. Cit., p. 95

[9] Robert (Michel). Op. Cit., p. 35

[10] George Swanson, Amerikaanse auteur geboren in 1897, tekende al enkele reeksen tijdens het interbellum. In 1943 startte hij met The Flop Family. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 299 ; Horn (Maurice)1 (ed.). Op. Cit., p. 120 ; George Swanson. Op : http://www.lambiek.net/swanson_george.htm - 28/4/2003)

[11] Zie Le Matin.

[12] Elementen die in die richting pleiten zijn de slordigheid en het feit dat auteur en reeks niet in repertoria of naslagwerken terug te vinden zijn. Een extra aanwijzing is dat de aankondiging vermeldt dat het om "Une exclusivité La Wallonie" gaat, iets dat deze krant maar op één ander moment schrijft, bij de start van de Belgische verhalen Folichon en Le Sept de Trèfle. (LW, aankondigingen op 30/10/1948, p. 1 & 30/10/1946, p. 1)

[13] Frans stripauteur, in 1924 geboren in Avignon. Na de oorlog werkte hij een tijdje in een tekenfilmbedrijf, waarna hij vanaf 1949 strips ging tekenen voor de Franse dagbladpers. Le Capitaine Fracasse, dat in Frankrijk onder andere in L'Humanité en La Nouvelle République gepubliceerd werd, maakte hij voor het agentschap Paris-Graphic. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 113 ; Beyrand (Alain) (red.). De Lariflette à Janique Aimée. Catalogue encyclopédique des bandes horizontales françaises dans la presse adulte de 1946 à 1975. Tours, Pressibus, 1995, p. 137-138)

[14] Zijn "Le Capitaine Fracasse" verscheen in 1863. (Théophile Gautier. Op : Encyclopédie Microsoft Encarta 1998)

[15] Popeye dook in 1929 op in de reeks "Thimble Theatre", die tien jaar eerder van start gegaan was. Auteur van dienst was de Amerikaanse E.C. Segar. Bij zijn dood in 1938 werden de scenario's van de reeks overgenomen door Tom Sims, en de tekeningen door Bill Zaboly. (Horn (Maurice)1 (ed.). Op. Cit., p. 371-373 ; Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 764-765)

[16] Zie hiernaast.

[17] Zie Le Soir.

[18] Alex Raymond. Rip Kirby. (LW, 29/7/1950)

[19] In de VS oorspronkelijk "King of the royal mounted". De reeks startte in 1935, geschreven door Zane Gray en getekend door Allen Dean. Van 1939 tot 1954 stond Jim Gary in voor de tekeningen. (Horn (Maurice)1 (ed.). Op. Cit., p. 169 ; Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 448)

[20] Eén van de bendeleden heet Ivan. (Jim Gary. Le roi de la police montée. - LW, 8/11/1949)

[21] Idem. (LW, 26/10/49)

[22] Brick Bradford dook voor het eerst op in 1933 in de Amerikaanse pers. William Ritt zorgde voor de scenario's, Clarence Gray voor de tekeningen. In 1948 nam deze laatste ook de tekst voor zijn rekening, zodat hij de enige auteur van de reeks werd. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 114-115 ; Clarence Gray. Op : http://www.lambiek.net/gray_c.htm - 28/4/2003)

[23] Clarance Gray. Luc Bradefer. (LW, 17/11/1949)

[24] Anoniem. Les aventures de Folichon dans la résistance, str. 1 (LW, 30/10/1946)

[25] Idem, str. 4 (LW, 4/11/1946)

[26] Idem, str. 55 (LW, 4/1/1947)

[27] Idem, str. 82 (LW, 5/2/1947)

[28] Idem, str. 87 (LW, 11/2/1947)

[29] Idem, str. 141 (LW, 16/4/1947)

[30] Idem, str. 201 (LW, 28/6/1947 (str. 201)

[31] Intelligence Service, Britse dienst voor informatievergaring en contraspionnages. (Le petit Larousse illustré 2001. Paris, Larousse, 2000, p. 1413)

[32] Idem, str. 312 (LW, 8/11/1947 (str. 312)

[33] Idem, str. 3-6-7-14-15-17-22-34-36-39-60-68-71-91-245 

[34] Idem, str. 9 (LW, 9/11/1946)

[35] Idem, str. 6-7-43-80-167-277-9-43-62-76-91-156-122-122-229-227-286 (Het gaat meestal wel degelijk om andere personages met dezelfde naam.)

[36] Idem, str. 24 (LW, 27/11/1946)

[37] Idem, str. 158 (LW, 7/5/1947)

[38] Idem, str. 231 (LW, 4/8/1947)

[39] Idem, str. 309 (LW, 5/11/1947)

[40] Scélerat, criminel. (Idem, str. 271 & 273 - LW, 20/9/1947 & 23/9/1947)

[41] Idem, str. 309 (LW, 5/11/1947)

[42] Idem, str. 2 (LW, 1/11/1946)

[43] Idem, str. 55 (LW, 4/1/1947)

[44] Idem, str. 12-18 (LW, 13/11/1946 - 20/11/1946)

[45] Idem, str. 22 (LW, 25/11/1946)

[46] Idem, str. 30-31 (LW, 4/12/1946 & 5/12/1946). Andere voorbeelden zijn : "Atteint de plusiers balles le S.S. s'écroule mortellement blessé." (str. 39 - 14/12/1946) ; bij het neerschieten van een vliegtuig : "Touché, le boche descend en flammes." (str. 78 - 31/1/1947) ; "Touché au beau milieu du front, l'allemand fait la culbute." (str. 131 - 3/4/1947) ; "A toute volée, la tête de l'Allemand s'applatit contre un arbre." (str. 161 - 10/5/1947) ; Folichon bij het neerslaan van een Duitser : "Bitte ! Un petit souvenir pour ta mâchoire inférieure … et une tendre caresse pour l'autre !" (str. 246 - 22/8/1946)

[47] Idem, str. 162 (LW, 12/5/1947)

[48] Idem, str. 163 (LW, 13/5/1947)

[49] Idem, str. 258-260 (LW, 5/9/1947 – 8/9/1947)

[50] Idem, str. 305 (LW, 30/10/1947)

[51] Idem, str. 3-11-14-32-56-69-71-…

[52] Idem, str. 241 & 312 (LW, 6/8/1947 & 8/11/1947)

[53] Idem, str. 82 (LW, 5/2/1947)

[54] Idem, str. 83 (LW, 6/2/1947)

[55] Minister van Wederopbouw van maart 1946 tot maart 1947.

[56] Zie context & Lagrou (Pieter)2. Op. Cit., p. 54-68

[57] Hemmerijckx (Rik). Van Verzet tot Koude Oorlog, 1940-1949, machtsstrijd om het ABVV. Brussel, VUBPress, 2003, p. 48-49, 65-67 & 379