Vakantie-interview met Bart De Cock

Er wordt ook gewerkt tijdens de vakantie. Na een repetitie met Kadril trok Bart De Cock met Elise Rodriguez naar een Irish Pub. Vier uur en een liter Guiness (voor Bart) later stond het volgende gesprek op band.

Dag Bart, hoe was het op de repetitie daarnet?
Hoe zou ik zeggen … redelijk academisch. We hebben vooral eigenlijk meer afgesproken dan dat we muziek gemaakt hebben en dat is wel wat jammer. Niet gespeeld hebben op een repetitie vind ik een beetje spijtig. Het is soms nodig, met het komende filmfestival zijn er heel wat dingen te bespreken en dan ook de Gentse feesten die juist voor de deur staan, daardoor moeten we een en ander afspreken. Dat zou je natuurlijk ook per mail kunnen versturen, maar over volgordes en zo moet er ook altijd gediscussieerd worden. Dan denk je dat je een goede volgorde hebt, maar dan is er één die zegt: 'ja, maar ik moet mijn instrument kunnen stemmen…'. Zeker met 9 mensen is er altijd wel wat te bespreken!

En wanneer mogen we die nieuwe CD van Kadril verwachten?
Die nieuwe CD… die moest er al lang geweest zijn, maar ik denk dat die nu toch wel zal uitkomen - alé, ik ben er zeker van - eind september. Het probleem is een beetje dat dat dikwijls wat te vroeg gezegd wordt wanneer hij zal uitkomen. We hangen aan niemand vast om een CD te moeten maken. Wanneer was het dat Peter (Libbrecht) zei: 'De CD is klaar, we moeten hem alleen nog opnemen'? Dat was verleden jaar in de zomer denk ik. Kijk, we moeten nog altijd wat opnemen, maar het is nu echt wel het laatste.

Je hebt nu 2 maanden vakantie… Wat is voor jou het hoogtepunt van deze zomer?
Oei, het hoogtepunt van deze zomer? Bedoel je op muziekgebied? Dat weet ik natuurlijk nu nog niet, dat zal te zien zijn!

Waar zie je het meeste naar uit?
De Gentse feesten is altijd leuk, maar dat hebben we met Kadril al dikwijls gedaan, dus ik gok dat het wederzien met de Spanjaarden in Loon-Plage toch wel één van de zeer leuke dingen zal zijn. De Spanjaarden van La Paloma Negra, Alumea, de Spaanse madammen die overkomen uit Gallicië zelf, dat moet toch wel één van de leukere optredens zijn. Hoewel de vorige optredens die al gepasseerd zijn ook al een beetje woest waren. En de stage in Gooik natuurlijk!

Ja, wat vind je eigenlijk zo bijzonder aan de stage in Gooik?
Het feit dat jong en oud daar allemaal op dezelfde manier met folkmuziek bezig zijn en mekaar leren kennen. Dat vind ik wel heel leuk aan die stage. Ook jonge mensen die enthousiast worden voor folk en die je enthousiast kan maken. En die heel ongedwongen sfeer daar. Er moet toch gewaakt worden dat die daar blijft, want soms zijn er toch wel wat dingen waardoor dat die een beetje zou kunnen veranderen. Ongedwongen sfeer is in de folk toch wel heel belangrijk. Natuurlijk met dien verstande dat de lesgever niet in zijn nest mag blijven liggen, dat is zo.

En de leerlingen ook niet…
De leerlingen, dat is hun eigen verantwoordelijkheid! Maar dat is niet leuk voor de lesgever. Dat is ergens een teken van 'oei, ben ik niet goed bezig?'. Dus als je kan bekomen dat je leerlingen zelf steendood zijn en moe, maar toch naar je les blijven komen, dan ben je wel goed bezig.

Mocht je geen muzikant geworden zijn, welk beroep zou je dan gekozen hebben?
Eigenlijk heb ik nooit verder gedacht. 't Schijnt, toen ik klein was, dat ik altijd zei dat ik bierbrouwer ging worden… Dat zeggen mijn ouders, maar ik weet dat zelf niet goed meer. Maar ik had een vriendinnetje en dat was de dochter van de bierbrouwer, ik denk dat het daarmee was… Van dat liedje van 'De boerkens smelten van vreugd en plezier' kennen de meeste mensen maar één strofe, maar die andere strofen zijn eigenlijk wel interessanter. We hebben die ooit opgenomen, samen met Dirk Van Esbroeck nog, en samen met Wannes Van de Velde en misschien Paul Rans ook, dat weet ik niet meer. En die onbekende strofen gaan onder meer over muzikanten: 'en tap nog eens mijn pintje vol'… dat schijnt dus wel een beetje typisch te zijn… Voor een interview zouden ze zelfs nog naar een pub trekken!

De vier jonge muzikanten van Surpluz zijn oud-leerlingen van je. Wat voor gevoel geeft je dat nu je ziet dat ze het zo goed doen in de folkwereld?
Ik vind dat heel leuk! En het rare is dat ik, denk ik toch, er nooit echt promotie voor gemaakt heb. Tenzij door de manier waarop ik zelf bezig ben, maar ik heb in mijn klas nooit echt veel folkmuziek laten horen, denk ik toch, ze mogen mij tegenspreken als dat wel zo is. Met Saltarello, het schoolorkest waar ze alle 4 in zaten, hebben we van tijd tot tijd wel eens folk gespeeld, maar toch ook niet zo heel veel. We hebben eens 1 jaar wat Ierse folk zitten spelen met een aantal stukjes uit een vioolboek. Dat was gemakkelijk voor mij, er was daar al een tweede stem bij en de akkoorden stonden er al bij, dus dat moest ik al allemaal niet meer zelf zoeken. Misschien dat ze daar ook wel wat de smaak te pakken hebben gekregen. Wat we wel altijd deden op die kampen, dat was eens volksdansen 's avonds, bal folk avant la lettre, Boombal bestond toen nog niet. Mieke Evenepoel is daar nog komen dansles geven. En zo zullen ze dan misschien wel de goesting gekregen hebben. Zeker Pieterjan (Van Kerckhoven), dat weet ik in elk geval wel. Want die nam daar een diatonische accordeon vast en die begon daar onmiddellijk op te spelen. Pieterjan mag om het even welk instrument vastnemen en die begint daar op te spelen, ja. Elke (De Meester) is eigenlijk via klassiek en dan via de tangomuziek meer in de folk terecht gekomen. Dus het is niet zo vanzelfsprekend gegaan met Surpluz, maar ik vind het wel heel leuk dat ze dat samen doen. Ik heb ze onlangs gehoord op Folk in 't Gruun, toen speelden ze net voor ons en ik moet zeggen dat dat heel knap gedaan was. Een grote podiumvastheid voor zo een jonge groep, dat merk je wel… en goede muzikanten! Ik heb trouwens dit weekend Erik Wille nog gehoord en die 'stoefte' ook over Elke De Meester onder andere, hij had ze gezien op een 11 juli-viering en hij vond het zeer schitterend. Maar ik vind dat heel tof, ik had het nooit durven dromen.

Geef eens 5 tips aan jonge (beginnende) folkgroepen.
Als ik eerlijk mag zijn; niet te rap een CD maken!

En niet te vlug zeggen dat er één gaat komen…
Ja dat is natuurlijk de typische Kadril-stijl. Nee, maar wij met Kadril hebben wel tien jaar gewacht om een eerste opname te maken. Dat was natuurlijk ook omdat het in die tijd opnemen veel complexer was dan nu. Vooral omdat we een beginkapitaal moesten hebben om CD's te kunnen maken. Als je nu zegt: 'ik wil één CD maken', dan maak je één CD, maar toen moest je die altijd per 1000 persen. Dat waren die LP's in vinyl. En een beginkapitaal hadden wij niet, we waren "arme studenten". Maar een toenmalige vriendin van Peter die "nogal bemiddeld was", heeft ons serieus gesteund door onze eerste LP te sponsoren. We hebben dan later nog eens -niet van een rijk lief, maar van iemand met een firma- nog eens een serieuze steun gekregen en dat was voor de Eva-CD, hij zal een fan van Eva geweest zijn… Nee, het was gewoon 'den Bert' (Vanderstichelen, muzikant bij Trommelfluit). Tweede tip: zorg dat je dansmuziek speelt. Want zelfs als je een luisterpubliek hebt, moet jouw publiek in hun oren dansen. In hun hoofd, oren, voeten, knieën,… moeten ze aan het dansen zijn terwijl ze luisteren naar de muziek. Ik vind dat belangrijk om veel dansmuziek te spelen.
Maar, derde tip: speel niet alleen dansmuziek. Want ik vind dat als je alleen maar dansmuziek speelt, je ook iets mist. Het mooiste bij veel Ierse groepen is als die een heel vlugge reel spelen en dan overgaan naar een mooi gezongen ballade. Het afwisselen tussen het gezongene en het instrumentaal gespeelde vind ik altijd wel heel knap. Ook als je echt concerten wil geven, dan moet je dat hebben. Dat kun je niet alleen met gezongen muziek of alleen met dansmuziek, die twee gaan samen. We zitten al aan nummer drie, hé!
Nummer vier… ga op tijd eens op café! Want in een café gebeuren de meeste interessante dingen, dat is gewoon zo! Daar kom je de juiste mensen tegen. Voor Kadril is dat allemaal heel logisch en natuurlijk gegaan. Dat was ook een verdienste van Peter door op het juiste moment en met de juiste mensen een pint te drinken en zo gingen er sommige dingen bollen. We leerden Patrick Riguelle kennen en zo, die achteraf op de Kadril-trein gesprongen is. Het is dikwijls toeval, maar je moet de juiste mensen tegenkomen. We kwamen er eens één tegen van de krant 'Het Nieuwsblad', we drinken er een paar pinten mee en die man komt achteraf eens naar een concert kijken en die schrijft ons 'den hemel' in! Zo gaat dat, zo werkt de pers een stukje. Als dat mensen zijn die je kent -je moet natuurlijk ook goed spelen, dat is een feit- dan helpt dat toch. Dus op tijd eens op café gaan, dat was tip nummer vier.
En dan tip nummer vijf, ja… wees creatief en reproductief. Dus, dat wil zeggen: een goede folkmuzikant moet goed op het gehoor kunnen spelen. Dat is toch wel een belangrijke voorwaarde om goed mee te kunnen zijn als er een sessie is, zelfs dingen die je nog nooit gehoord hebt kunnen meespelen, durven of proberen meespelen. Maar de goede folkmuzikanten kunnen toch ook noten lezen. Om bijvoorbeeld in heel oude boeken of manuscripten te kunnen gaan neuzen, want dat is toch wel één van de sterke punten van Kadril onder andere, dat we heel veel uit oude boeken kunnen gaan halen. Iemand die totaal geen noten kan lezen, die heeft daar toch wat last mee, die kan meestal alleen maar naspelen of zelf iets creëren.
Misschien nog wel een zesde tip die ik nog niet gezegd heb: begin niet te vlug alleen maar eigen repertoire te spelen. Toch ook wel belangrijk hoor. Dat is een beetje het gevaar bij veel jonge groepen, als ik dat zo mag zeggen als oude rakker. Ze spelen even en dan onmiddellijk beginnen ze eigen nummers te maken. Dat is wel goed, dat moet zeker, maar niet alleen dat. Je moet ook veel de traditionals spelen en luisteren naar de mensen uit de streek waar die muziek vandaan komt. Als je bijvoorbeeld een andro speelt, dan moet je wel eerst naar Bretoenen luisteren hoe dat die dat spelen. Als je het alleen gehoord hebt via via, dan ga je er meestal toch wel iets raars van maken. Je kan dat puristisch noemen van mij, maar ik vind dat wel belangrijk. Als je Ierse muziek wil spelen, dan kun je toch best eerst eens naar Ieren luisteren. Als je Zweedse muziek wil spelen, dan kun je toch best eerst even een jaartje naar Zweden gaan! Of anders er misschien toch beter er even van afblijven. Pas op, we hebben ook Ierse muziek gespeeld in het begin, maar nooit echt op een podium, dat doen we in principe nog niet.

Met die jarenlange ervaring heb je zeker al een en ander meegemaakt… Vertel eens een boeiende gebeurtenis die je steeds zal bijblijven.
Het heeft iets met Spanje te maken. Niet ons eerste buitenlandse optreden, maar wel het eerste met het vliegtuig. En ik had nog nooit in een vliegtuig gezeten en we gingen met Kadril naar Barcelona optreden. Dat was ook via een Bretoense muzikant, zijn broer en daar het lief van of zo… die dat georganiseerd had. We hadden juist onze eerste LP klaar toen, de LP 'Kadril', een naamloos debuut, dus het was in het jaar '87. Ik heb er zelfs voor 'gebrost' op school, ssst… ik was ziek… We komen daar een weekendje naar Barcelona, in november. OK, alles goed, tickets in orde. We zaten in het station van Barcelona te wachten om te spelen… en we wachten, en we blijven wachten… Dat madammeke komt af en we vragen wanneer we nu moeten spelen. 'Ah, ik zal eens gaan kijken'. En ze komt terug en zegt: 'ja, eigenlijk zijn jullie niet voorzien'. Dus, alles was geboekt, de slaapgelegenheid, dat was allemaal in orde, maar het optreden waren ze vergeten organiseren. We hadden gelukkig toen onze jonge cellist/bassist Wim Coessens mee, die we onlangs nog ontmoet hebben. Hij heeft ondertussen al een belangrijke functie bij De Morgen en de VRT vervuld. Maar Wim was dus tolk Spaans en kon gelukkig even vlug als die Spanjaarden zelf repliceren en dat was heel leuk voor ons, want anders waren we er zelf misschien met een kluitje in het riet gestuurd. Maar nu hebben we geen enkel probleem gehad, we hebben daar een prachtig weekendje in Barcelona gehad. We hebben daar zelfs voor ons plezier in de hal van het station zitten jammen en zitten eten en drinken… Het was heel gezellig, maar we hebben niet opgetreden. En dan ging de organisatie met ons gaan eten, ergens in een restaurantje, de slechtste paëlla ooit! Maar goed, ze deden moeite, ze gaven ons eten, we gingen naar onze slaapplaats en daar stond nog eens eten klaar. 20 kippen en je moet weten dat ik geen kip lust. En dan zijn we daarna toch nog wel in de gin-tonic blijven plakken, zodat sommigen onder ons het toch niet meer zagen zitten om de volgende dag nog naar huis te keren, maar we hebben het toch maar gedaan. Dat was een speciaal optreden…

Een paar keuzemogelijkheden…
Doedelzak of nyckelharpa?

Moeilijk hoor! Dat hangt helemaal van de omstandigheden af. Dat is juist de reden waarom ik ze alle twee probeer te spelen. Op doedelzak kan je niet alles spelen, sommige dingen zijn daarop niet mogelijk en omdat ik dan op een optreden toch niet alle keren ondertussen naar het toilet wou gaan of nog erger -iets gaan drinken- ben ik dan toch ook maar een heel ander instrument beginnen spelen, de nyckelharpa. Je kan daar op begeleiden, je kan daar heel stil op spelen en dat kan je niet op een doedelzak. Ik heb ook mijn perioden; de ene periode speel ik meer nyckelharpa, de andere meer doedelzak. Maar eigenlijk daar een echte keuze in maken, dat kan ik niet en dat wil ik ook niet. Wat ik wel doe als mijn doedelzak uitvalt, is die dingen spelen op nyckelharpa. Dus ik zorg dat ik altijd alles op nyckelharpa kan spelen… als dat een antwoord is op je vraag.

Nieuwe instrumenten ontdekken of interessante mensen ontmoeten?
Uw dilemma's zijn wel goed van deze keer! Euh, interessante mensen met nieuwe instrumenten ontmoeten! Kiezen is nooit mijn sterk punt geweest. Ik kan niet zeggen dat je vlug rond bent, zeker niet, ik vind dat je nooit rond bent met een instrument. Ik vind dat je altijd beter kan spelen en beter kan leren, maar het is voor de muziek toch wel aangenaam als je wat kunt afwisselen. Ik vond in de tijd een groep als 't Kliekske zeker de moeite omdat die met hun kleine muziekjes door er heel veel instrumenten in te steken, er toch heel veel mee kunnen doen. En dat vind ik wel mooi er aan. Dat is ook de sterkte van Kadril, de verschillende klankkleuren. Iedereen heeft een heel palet van instrumenten bij, Hans (Quaghebeur) is daarin het uiterste… maar dat maakt juist de sterkte van de groep, dat je zoveel verschillende klanken naast elkaar kan zetten. En daarom dat ik ook zo moeilijk kan kiezen, want ik speel nog veel meer dan alleen doedelzak en nyckelharpa, hé. We brengen dat niet allemaal mee met Kadril. Thuis heb ik een hele collectie instrumenten, dat is één van mijn hobby's, instrumenten verzamelen.

Welke instrumenten dan?
Oh, vanalles. Ik heb zeker een accordeon of vijf staan thuis, dat was eigenlijk mijn eerste droom, accordeon spelen. Doedelzakken heb ik ook veel liggen, ik denk momenteel toch wel een stuk of vijf, zes. Ze werken wel niet allemaal even goed. Ik heb redelijk wat gitaren liggen, een paar violen, een zelfgebouwde hommel, er hangt een vedel, allerlei blaasinstrumenten: schalmeien, bombardes, maar niet allemaal even goed, een hele nest tin whistles. Waar ik eigenlijk nooit veel op gespeeld heb, is gitaar, want dat vind ik een zeer onlogisch instrument. Wat ik ook heel moeilijk vond, was bandoneon, dat heb ik ook eens geprobeerd. Maar mijn eerste instrument was mondharmonica! En daar heb ik er ook een aantal van liggen, onder andere een onbespeelbare. Wie daar iets op kan spelen, die krijgt een prijs. 't Is een reusachtig model van 40 cm en je moet alleen blazen en het is chromatisch, dus vanaf dat je blaast, heb je twee, drie noten te gelijk, zeker als je zo'n grote 'bakkes' hebt als ik… Ik wil wel eens iemand zien die er op kan spelen.

Binnenlandse optredens of buitenlandse optredens?
Omwille van de camaraderie en de sfeer in de groep zijn buitenlandse toch wel heel leuk. Dat is altijd een feest. Toen we nog een complete mannengroep waren, met Riguelle, dan was dat "een schoolreis zonder meester", zei Riguelle dan. Ons optreden in Sardinië of Zuid-Afrika en zo waren toch wel schitterend, we verdienen er wel niks aan. Onlangs Noorwegen nog, dat zijn toch wel momenten die bijblijven. Ook een paar keer in Skagen (Denemarken) gaan spelen. Zweden, het doedelzakfestival is nog altijd failliet… we hebben het failliet gespeeld, ja, na ons hebben ze nooit meer kunnen organiseren. Het zijn nochtans goede vrienden en het zijn altijd goede vrienden gebleven.
Toch maar buitenland. Het is spijtig dat we deze zomer zo weinig buitenlandse optredens hebben. Estland staat ook op ons verlanglijstje.

Waar vul jij je tijd nog mee buiten muziek?
Lesgeven, maar dat is ook muziek. Eigenlijk zit ik een beetje te veel op de computer. Dikwijls sorteren, maar dat is ook muziek! Ik zit altijd maar dingen te catalogiseren, muziekstukken en zo. Ik ben vroeger ook altijd een grote wandelaar geweest, natuurtoestanden en zo, maar nu komt er alleen maar in het verlof nog van. Voor de rest… eigenlijk werken, nee… Je moet niet zelf werken, je moet iemand kennen die voor u werkt. Ik ga dan liever gaan spelen om dan iemand te kunnen betalen die het werk in mijn plaats doet… neenee! Maar eigenlijk heb ik buiten muziek niet veel hobby's. Dat is wel heel belangrijk voor mij. Bijvoorbeeld sport, ook niet echt. Ik sport elke dag als ik van school kom met mijn fiets. Zo een 5 à 10 minuten…

Wat is nu je grootste muzikale droom?
Terug meer folkrock spelen! Het ligt gewoon aan het repertoire dat voor de hand ligt. Dat vind ik nog te weinig folkrock en op dit moment wat te veel folk. Ik ben vroeger altijd meer één van de traditionalisten van Kadril geweest, maar ik heb mij wel die elektrische doedelzak gekocht om folkrock te spelen en niet om folk te spelen, want dan kun je beter een akoestische doedelzak gebruiken. We spelen nu wel een aantal nummers die folkrock zijn, zeker op die nieuwe CD, maar toch wil ik meer uptempo dingen die swingen als de beesten! Ja, dat is toch wel mijn ultieme droom, maar ja, de vraag is wanneer, hé!

We zien je steeds optreden in groep. Stel dat je in duo zou mogen optreden, wie kies je dan uit?
Dat is een mooie vraag, want solo speel ik niet graag, waarschijnlijk is dat omdat ik het niet goed kan ook, maar dat is mijn ding niet. Mijn droom om in duo te spelen is Ralph Jordan, een sublieme concertinaspeler uit Faversham, Engeland. Ik doe dat regelmatig met hem, maar alleen heel laat, als de pub bijna sluit. Maar met iemand samenspelen moet je onderhouden. Als je dat niet onderhoudt, dan voel je elkaar niet meer aan. Ik denk dat dat met dansers hetzelfde is, je moet elkaar aanvoelen, maar je moet er zeker ook een soort gewoonte in voelen. Met Ralph gaat dat van zelf, dat is gewoon naar elkaar luisteren, direct weten wat de ander gaat doen. Met wie ik dat vroeger heel goed kon, is met Dirk Van der Speeten (Van 't Ey in Belsele), daar heb ik dikwijls een duo mee gevormd. Ik heb vroeger ook nog veel met Stefan Timmermans samengespeeld. Maar als je dat een tijd niet meer doet, dan is dat weg. En dat repertoire groeit ook een stuk uit elkaar, mensen leren andere stukken en dan is dat gevoel er niet meer. Ik heb dat ook een tijd met Peter Libbrecht gehad en nu is dat meer met Hans. Ja, met Hans kan ik goed samenspelen, want ik weet perfect wat hij gaat doen, je weet om de duur ook elkaars rol. Zoals leiden bij een dans. Ik weet perfect dat ik niet de leiding zal nemen, ik neem altijd de harmonieën in de tweede stem. Met Johan Decancq kan ik ook mooi samenspelen. Het is echt iets typisch aan samen spelen dat je moet weten wat de ander gaat doen. Wel spannend ook en het is ook leuk van eens mis te zijn, je mag eens botsen, anders heb je er niks aan.

En wat zijn je volgende plannen nog?
Eigenlijk vooral mijn doedelzakcursus eens op punt zetten, dat is een plan waar ik al lang mee rondloop. Ik heb vroeger al eens de kans gekregen om dat in boek uit te geven, maar ik vond dat niet opportuun. Ik wil dat toch wel eens allemaal verder samenstellen, maar dat is ook een levenswerk, hé, dat is nooit gedaan. En er staan bij mij thuis ook zo veel mapjes en ik weet wel alles zitten, maar het is nog niet genoeg geordend. Mocht ik nu eens een sabbatjaar nemen, dan zou ik daar aan werken. Of als ik nu eens een jaar geen les zou geven op de stage, dan zou ik zeggen: 'ik kom naar de stage, ik werk overdag aan mijn cursus en ik feest 's nachts!' Dat zou een schoon jaar zijn….
Een ander ding waar ik toch mee zit als plan, is dat ik altijd ben geïnteresseerd geweest in instrumentenbouw ook. Dat is iets dat mij zeer fascineert. De vraag is natuurlijk of je dat mag doen als muzikant, want dan zaag je je vingers af, al die mannen die in de houtzagerij werken, mankeren een paar vingers en dan moet ik al trompet gaan leren of éénhandsfluit of zo. Dus misschien beter niet. Wat ik ook beter zou willen leren is rieten leren maken. Ik kan dat wel, maar omdat ik aan mijn doedelzak een pomp heb, verslijt ik geen rieten en daardoor maak ik er ook niet voldoende. Dus dat zou ik beter willen leren, en ook mijn cursus op punt zetten. En veel folkrock spelen!

Kan je ook nog iets over dat filmfestival vertellen waar Kadril aan meedoet?
Ik vind dat een mooie gelegenheid, een mooie buitenkans voor Kadril. Misschien niet even allesomvattend als Nekkanacht, maar het is toch weer de gelegenheid om iets totaal anders te doen. En wij zijn nu bezig met al die filmmuziek te coveren en daar leren we heel veel van. Kadril heeft altijd zelf nummers gemaakt, oude traditionals opgezocht in handschriften, maar ook altijd moderne folkrocknummers ertussen gestoken en daar leerden we veel van. Het is interessant om te zien hoe anderen het doen. Het is wel een hele tijd werken eraan, want de muziek is soms totaal onvindbaar, niet te koop en niet op internet te vinden. Dus dan moet je daar maar zitten luisteren en vertragen en noteren. Ja, dat was niet simpel! We gaan daar achteraf ook wel iets mee doen, maar eerst dat filmfestival zelf, ook met heel veel gastmuzikanten erbij. En de harp gaat meespelen, de fijferaars van Trommelfluit spelen mee, strijkers, koperblazers, een balkanfanfare. Het is dus echt wel een zeer uitgebreid podium. Een hoog budget ook, maar dat moet wel, als je daar zo lang aan zit te werken en met zo veel gastmuzikanten. Maar dat is een mooie kans die we krijgen. En interessant en aangenaam. Als je al zo lang bezig bent, dan heb je wel eens een uitdaging nodig, anders ga je op je lauweren rusten…

Interview: Elise Rodriguez